Vertaald
fragment
Maxima (de moeder):
Mijn naam is Maxima
Zambrano en we zijn aangesloten bij de "Casa de Oracion" kerk in El
Empalme. Wij waren voor 15 dagen aan het vasten en wij riepen het uit tot God;
mijn dochter Angelica deed ook mee. Tijdens deze vijftien dagen van vasten, kon
ik boven het natuurlijke zien, wat ik nog nooit eerder gedaan had. Wij waren
aan het bidden en vasten in een retraite en we bleven zelfs thuis doorbidden,
uitroepen en wachten totdat God tot ons zou spreken.
De Here gaf ons veel bemoedigingen. Vanwege onze beproevingen
wilden we het vaak opgeven, maar de Here was er om ons te helpen. Hij gaf ons Jeremia 33:3, “Roep
tot Mij, en Ik zal u antwoorden, Ik zal u grote en onbegrijpelijke dingen
bekendmaken, die u niet weet.” Mijn dochter was met klem bezig geweest om
dit aan de Heer te vragen, hoewel ik dat toentertijd niet wist.
Angelica (de dochter):
Mijn naam is Angelica Elizabeth Zambrano Mora. Ik ben 18 jaar
en studeer op "Colegio José María Velazco Ibarra", hier op El Cantón,
El Empalme, Ecuador. De eerste keer dat ik Jezus Christus accepteerde, was toen
ik 12 jaar was, maar ik zei tegen mijzelf, “Geen van mijn vrienden zijn
evangelische christenen en ik voel mij als een vreemde in hun midden,” dus
verliet ik God en ik ging een heel slecht leven lijden, echter, God trok mij
daar uit. Op mijn 15de verjaardag werd ik weer herenigd met God maar ik was nog
steeds dubbelhartig. De Bijbel zegt in Jacobus 1:8, “Hij is een dubbelhartig man,
onstandvastig in al zijn wegen” en ik was een van deze personen. Mijn vader zei dan, “Je hoeft niet zo
te zijn, het ziet er vreselijk uit, het is verkeerd,” maar ik antwoordde
dan, “Dit is zoals ik ben, en zoals ik wil zijn, niemand hoeft mij te
vertellen hoe ik moet zijn of wat ik moet doen of hoe ik me moet kleden of
gedragen.” Hij reageerde met, “God zal je gaan aanpakken. Hij zal je
gaan veranderen.” Rond mijn 17de
verjaardag kwam ik dichter tot de Heer. Op 18 april kwam ik tot Hem en zei, “Heer,
ik voel mij zo slecht en ik weet dat ik een zondaar ben,” en ik vertelde
Hem hoe ik mij voelde. “Here, vergeef mij. Ik wil dat U mijn naam in het
Boek des Levens schrijft en mij accepteert als Uw kind.” Ik had berouw en
gaf mijn leven terug aan de Heer. Ik zei, “Heer ik wil dat U mij verandert
en een koersverschil in mij maakt.” Ik riep met heel mijn hart en vroeg Hem
om mij te veranderen. Maar, terwijl de tijd voorbijging, voelde ik geen
verandering. Het enige verschil was, dat ik naar de kerk begon te gaan om de bijbel
te lezen en te bidden. Dat was het enige dat in mijn leven veranderde...
Vervolgens werd ik in augustus uitgenodigd om voor 15 dagen
te vasten. Ik besloot om mee te doen, maar voordat ik begon, zei ik, “Heer,
ik wil dat U hier tot mij gaat spreken.” Tijdens het vasten sprak de Heer
met bijna iedereen behalve mij! Het was alsof de Heer mij niet zag en dat deed
zeer. Ik bad, “Here, gaat U niet met mij spreken?” Ik huilde en bleef
doorvragen, “Here, houdt U wel van mij? Bent U hier? Bent U bij mij? Waarom
spreekt U niet met mij, zoals U dat wel doet tegen de anderen? U spreekt met de
anderen over zoveel dingen en U geeft zelfs woorden van profetie, maar niet
tegen mij.” Ik vroeg om een teken, dat Hij bij mij was, en de Heer gaf mij
Jeremia 33:3, “Roep tot Mij, en Ik
zal u antwoorden, Ik zal u grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken, die u
niet weet.” Ik zei, “Heer, heeft U zojuist tot mij gesproken?” Omdat
ik Zijn hoorbare stem had gehoord en een visioen had gekregen van de woorden
die geschreven staan in Jeremia 33:3.
Ik zei, “Here, is
dat voor mij?” Ik hield het voor me, terwijl de anderen allemaal aan het
getuigen waren over wat de Heer hen had gegeven en had laten zien. Maar ik
hield mij stil en bleef over de woorden nadenken. “Roep
tot Mij” betekent bidden, maar wat betekent, “grote en
onbegrijpelijke dingen?” Ik dacht, “Dit kan alleen maar hemel en hel
betekenen.” Dus zei ik, “Here ik
wil dat U mij alleen maar de hemel laat zien en niet de hel, omdat ik gehoord
heb, dat het een verschrikkelijke plaats is.” Maar daarna bad ik met heel
mijn hart, “Heer als het Uw wil is, om mij meer te laten zien, laat het zo
geschieden, maar verander mij dan eerst. Ik wil dat U een verandering in mij
brengt. Ik wil anders zijn.”
Zodra we klaar waren
met vasten, begonnen de beproevingen en moeilijkheden te komen en ik voelde mij
soms te zwak en niet in staat om continue met de Heer te wandelen. Maar Hij gaf
mij kracht; ik begon Zijn stem te horen en ik leerde Hem beter kennen. Wij
werden goede vrienden. De Heer is onze beste Vriend, en de Heilige Geest. Ik
vertelde Hem, “Heer, U bent mijn beste Vriend. Ik wil U beter leren kennen,”
en ik deelde al mijn gedachten met Hem.
Ik bad de gehele maand
augustus, en in november kwam er een dienstknecht van de Heer in ons huis, die
zei, “Moge de Heer je zegenen.” Ik antwoordde met, “Amen.” Daarna
zei hij, “Ik ben hier om je een boodschap van God te geven… je moet jezelf
gaan voorbereiden, omdat de Heer je grote en onbegrijpelijke dingen wil
bekendmaken, die je niet weet. Hij gaat je de hemel en de hel laten zien, omdat
je dat vanuit Jeremia 33:3 steeds gevraagd hebt.” Ik vroeg, “Ja, hoe
weet u dat? Ik heb dat aan niemand verteld.” Hij antwoordde, “Dezelfde
God die jij dient en prijst, is dezelfde God die ik ook prijs en Hij is Degene
die mij alles vertelde.”
We begonnen al snel
met gebed. Er waren wat vrouwen uit de kerk en wat familieleden, die met ons
meebaden. Maar zodra wij begonnen te bidden, begon ik te zien hoe de hemelen
zich openden. Dus zei ik, “Ik zie dat de hemelen opengaan en 2 engelen komen
naar beneden!” De man zei, “Vraag aan ze, waarom ze hier zijn.”
Zij waren lang en mooi
met prachtige vleugels. Zij waren groot en glanzend en ze leken
transparant, briljant als goud. Zij droegen kristallen sandalen en hadden
heilige gewaden aan. “Waarom zij jullie hier?” Ze glimlachten en zeiden,
“Wij zijn hier, omdat je een taak hebt, die je moet vervullen. Wij zijn
hier, omdat je de hemel en de hel moet bezoeken en wij zullen niet vertrekken,
voordat dit alles geschied is.” Ik reageerde met, “Dat is goed, maar ik
wil alleen de hemel bezoeken en niet de hel.” Zij glimlachten en bleven
daar, maar zij zeiden niets meer. Nadat wij klaar waren met bidden, zag ik ze
nog steeds daar.
Ik begon ook de
Heilige Geest te zien; Hij is mij beste Vriend. Hij is heilig; Hij is alwetend;
Hij is alomtegenwoordig! Ik kon Hem zien, transparant en briljant op hetzelfde
moment, met een briljant uiterlijk, ik kon Zijn glimlach zien en Zijn
liefdevolle starende blik! Ik kan Hem nauwelijks beschrijven, omdat Hij veel
mooier is dan de engelen. De engelen hebben hun eigen schoonheid, maar de
Heilige geest overtreft hen in schoonheid! Ik kon Zijn hoorbare stem horen, een
stem vol van liefde, een hartstochtelijk stem. Ik kan Zijn stem gewoon niet
uitleggen; een stem als de donder en tegelijkertijd zegt Hij, “Ik ben bij
je.” Dus bleef ik er naar streven om continu met God te wandelen, zelfs
wanneer er beproevingen waren die ons omringden. We gingen door hele moeilijke
momenten, maar op hetzelfde moment ook door overwinningen. Ik zei, “Heer,
laat Uw wil geschieden.” Ik bleef de engelen zien, zelfs op school en in
mijn klassen. Ik was zo blij, zo vol van vreugde omdat ik hen echt kon zien!
De dienstknecht van de
Heer, die mijn huis had bezocht, vertelde mij, om mijzelf te gaan voorbereiden,
omdat ik de hemel en de hel zou gaan zien. Maar hij zei ook nog iets, wat ik
moeilijk vond. Hij zei, “Jij gaat sterven.” Het was niet makkelijk, toen
ik dit hoorde.
“Hoe zal ik gaan
sterven? Ik ben nog zo jong,”
vroeg ik. Hij antwoordde, “Maak je er geen zorgen over, alles wat God doet
is perfect en Hij zal je weer tot leven wekken, zodat je kan getuigen over de
hemel en de hel, waarvan God wil, dat wij daar allemaal vanaf weten.” Ik
zei, “Amen, maar zal ik overreden worden door een auto? Hoe zal ik sterven?”
Ideeën stroomden in mijn gedachten,
maar de Heer zei tegen mij, dat ik mij geen zorgen moest maken, dat alles onder
controle was. Ik zei, “Dank U, Here!”
Op 6 november, nadat
ik van school naar huis was gegaan, waren de engelen nog steeds bij mij. Zelfs,
terwijl ik de Heer prees, spraken zij niet tegen mij. Het enige dat zij zeiden
was, “Heilig, Heilig, Heilig, Halleluja.” Zij gaven glorie, eer en
aanbidding aan onze hemelse Vader. De Heilige Geest was daar samen met de
engelen en ik verheugde mij. Veel mensen zeggen dat het evangelie saai is, maar
dat is een grote leugen van de duivel, om de mensen te weerhouden om Gods
aanwezigheid te zoeken. Ik geloofde dit eerst ook, maar nadat ik de Heer en de
Heilige Geest ontmoet heb, weet ik dat het evangelie niet saai is. Het is de
allermooiste ervaring die je kan hebben op aarde!
Ik kon zien, spelen
met, en zelfs praten met de Heilige Geest, maar de engelen spraken niet met
mij, zij aanbaden de Heer. Ik zei dan, “Heilige Geest kom met mij mee en doe
dit of dat” en Hij was er dan. Ik kon Hem voelen en zien.
Ik zag Hem als Hij
opstond, en zette zelfs een stoel voor Hem neer. Ook al zien vele Hem niet, Hij
is hier! Die relatie is blijven bestaan en er is geen reden om dat te stoppen,
als je dat eenmaal hebt ervaren… ik zou me daar nooit van willen weerhouden.
Als ik bedenk waar Hij mij uit vandaan heeft getrokken, zoals ik voordien was,
dan ben ik zo dankbaar voor Zijn genade, voor al Zijn liefde naar de mensheid
en naar mij toe!
Op 7 november, toen ik
naar huis terugging, hoorde ik een stem die zei, “Wees voorbereid, want je
zal vandaag sterven!” Ik wist dat het de Heilige Geest was, omdat ik Hem
kon zien. Ik negeerde Zijn stem en zei, “Heer, Ik wil vandaag niet sterven!”
Maar Hij herhaalde, “Wees voorbereid, want je zal vandaag sterven!” Deze
keer zei Hij het luider en met veel meer kracht. Ik antwoordde, “Heer, ik
weet dat U het bent, die tegen mij spreekt; ik vraag alleen maar voor een
bevestiging en daarna, doe met mij wat U wilt. Ik zal doen wat U ook vraagt; Ik
geef mij over, zelfs al ben ik bang, omdat ik weet, dat U met mij bent en U
echt bent.”
Ik bad, “Laat die
persoon die U eerder gebruikt heeft, aan mij de boodschap overbrengen. Laat hem
in mijn huis aangekomen zijn, voordat ik arriveer, en laat hij mij vertellen,
dat ik vandaag zal sterven. ”De Heer weet, op een of andere manier, ons
verleden, heden en toekomst. Hij wist, wat ik Hem zou verzoeken. Dus, toen ik
thuiskwam, was de dienstknecht van de Heer er al.
Maxima:
Toen mijn dochter
thuiskwam, waren wij in de keuken. Toen Angelica, de dienstknecht van de Heer
zag, zei ze, “Moge de Heer je zegenen.” De man van God reageerde met, “God
zegen je. Ben je klaar? Want vandaag is de dag dat de Heer je wil meenemen, om
16.00 uur.” Ze stond daar maar, verbaasd dat de Heer haar verzoek had
ingewilligd.
Angelica:
Toen ik dit hoorde zei
ik, “Amen…maar ik wil niet sterven, ik kan niet sterven! Nee, Heer, ik ben
bang, heel erg bang, angstaanjagend bang!” De dienstknecht
van de Heer zei, “Laten we bidden, dat jouw angst je nu zal verlaten in de
naam van onze Heer.” Ik zei, “Amen” en we baden. Al vrij snel voelde
ik, dat alle angst mij verliet en er kwam een onvoorstelbare vreugde, waardoor
doodgaan het beste leek te zijn, wat mij kon overkomen. Ik begon te glimlachen
en te lachen terwijl iedereen naar mij keek. Zij konden allemaal zien, dat ik
veranderde van somber naar blij. Ik was aan het glimlachen, springen en aan het
zingen.
Maxima:
Mijn dochter voelde
onmiddellijk vreugde in haar hart komen en begon te eten. Ze at een beetje van
alles, zeggende, “Als ik niet terugkeer, heb ik in ieder geval gegeten en
ben ik vol.”
Angelica:
Iedereen begon te
lachen en vroeg, “Waarom gedraag je je zo, in plaats van verdrietig te zijn
ben je blij, je bent zo vreugdevol?” Ik vertelde hen, “Logisch, ik ga de
Heer zien, Ik zal bij Hem zijn, maar ik weet niet of ik terugkom, dus wil ik al
mijn bezittingen weggeven.” Zij staarden mij allemaal aan en vroegen, “Ga
je al je bezittingen weggeven?” Mijn moeders ogen stonden wijd open van
verbazing!
Maxima:
Mijn dochter begon
haar dingen weg te geven. Ze gaf alles weg, alles! Vrouwen van de kerk waren
bij ons, zoals gewoonlijk en ze gaf aan iedereen iets. Toen ik naar haar
intenties vroeg, zei ze, “Als ik terugkom, dan kunnen ze alles aan mij
teruggeven, maar als ik niet terugkom, dan mogen ze alles houden.”
Angelica:
Ik kan me voorstellen
hoe verdrietig mijn moeder zich gevoeld moet hebben, toen ik dat zei. Maar ik
voelde mij zo blij, toen ik alles begon weg te geven: mijn kleding, mijn bed,
mijn mobieltje, alles, met één voorwaarde; Als ik terugkom, moet alles weer aan
mij worden teruggegeven. Zij begonnen allemaal te lachen.
Maxima:
Zij was vastberaden,
maar als een moeder voelde ik zoveel verdriet. Het was niet makkelijk. Ik vroeg
mij af, “Heer, als het moment aanbreekt, hoe zal het zijn?” Ik kon het
niet begrijpen. Terwijl zij begonnen met bidden, was ik dingen in huis aan het
organiseren. Zij zeiden, “Zuster, kom laten wij bidden.” Maar ik
antwoordde, “Begin alvast maar, ik zal er later bij komen. Laat mij dit nog
even afmaken.”
Angelica:
Ze bleven mij allemaal
observeren, terwijl wij baden. Ik bad, “Heer, ik wil Uw wil doen. U bent
niet een man, dat U zou liegen of berouw zult hebben. Ik weet dat U echt bent.
Als ik niet in staat bent om Uw taak te volbrengen, dan is het beter dat U mij
meeneemt en daar laat; maar als ik Uw wil zal kunnen volbrengen, breng mij dan
terug, maar help mij om de waarheid te vertellen, bereid mij voor, help mij om
te preken en om te vertellen, dat de mensen zich moeten bekeren.” Dat was
mijn kortste gebed. Ik vertelde dit aan de dienstknecht van de Heer en zei, “Vertel
mijn moeder niet wat ik tegen de Heer gezegd heb.” Hij antwoordde, “Ik
zal het haar nu nog niet vertellen, maar als de Heer je eenmaal weggenomen
heeft, zal ik het haar vertellen.” We bleven bidden en kwamen samen in een
gebedscirkel.
Maxima:
Om 15.30 uur vertelde
de Heer aan Zijn dienstknecht om mijn dochter te zalven. Sommigen van ons
gingen de kamer in en zalfden haar. Hij gaf ons twee minuten om haar helemaal
te zalven, vanaf haar haren, alles, haar hele lichaam. Ze was volledig gezalfd.
De Dood
Angelica:
Mijn moeder en een
andere vrouw van de kerk, Fátima Navarrete, zalfden mij met
olie. Maar terwijl ze mij zalfden, voelde ik dat iets mij bedekte, het was
alsof glas mij omringde. Het is moeilijk uit te leggen. Het voelde alsof ik
bedekt was met iets, als een wapenuitrusting en ik kan niet verklaren waarmee
ik bedekt was. Hierna, wanneer zij probeerden om mij aan te raken, konden zij
dat niet meer.
Maxima:
Terwijl wij aan het
bidden waren over Angelica, probeerde ik mijn handen op haar te leggen, maar ik
kon haar niet aanraken! Ze had een of ander soort van bedekking om haar heen.
Het was vreemd maar niemand kon haar aanraken! Deze bedekking was 30 cm dik om
haar heen, van de bovenkant van haar hoofd tot de onderkant van haar voeten.
Daar schrok ik het meeste van. Ik heb wel meer mijn handen opgelegd in de dienst
van de Heer, maar zoiets als dit was nog nooit gebeurd. Ik zei, “O, er moet
wel iets aan de hand zijn,” en ik begon te bidden en de Heer te danken.
Plotseling voelde ik enorme vreugde. Het verdriet was uit mijn hart weggegaan,
de pijn was weg en ik voelde mij nu vreugdevol en blij! Wij bleven bidden en om
ongeveer 16.00 uur viel mijn dochter op de grond.
Angelica:
Tijdens het bidden
voelde ik mij kortademig; ik kon amper ademen. Ik voelde een pijn in mijn buik
en in mijn hart. Ik voelde dat mijn bloed langzamer ging stromen en ik voelde
een enorme pijn over heel mijn lichaam. Het enige wat ik kon zeggen was, “Heer,
geef mij kracht, geef mij kracht!” omdat ik voelde dat ik zo niet verder
kon. Ik had geen kracht, het was mij aan het verlaten! Toen ik naar de hemel
opkeek, in de geestelijke wereld, niet met mijn fysieke ogen, zag ik dat de
hemel zich opende. Ik zag engelen, niet twee of tien, maar miljoenen van hen
verzamelden zich. In het midden van die miljoenen engelen zag ik een Licht,
10.000 keer helderder dan de zon. En ik zei: "Heer, dat bent U, Die
komt!"
Maxima:
Toen ze neerviel,
probeerden we haar op te laten staan, maar ze was niet in staat om uit zichzelf
te blijven staan. Op dat moment konden we haar nog aanraken. Ze zei, “Bid,
ik heb geen kracht. Mamma, ik heb geen kracht en ik voel pijn." Eerst
voelde ze pijn in haar hart, en vervolgens ging de pijn naar beneden, in de
buurt van haar buik. We bleven bidden en smeken tot de Heer. De Heer nam haar
leven!
Nooit eerder in mijn
leven had ik iemand zien sterven. Ik moest het aanzien dat mijn dochter gekweld
werd! Het was helemaal niet gemakkelijk! Ik kon haar laatste paar woorden niet
verstaan en op het laatst stopte ze. Ik plaatste mijn hand op haar gezicht en
een spiegel tegen haar mond, om te zien of ze nog ademde. Ze ademde niet meer,
dat was opgehouden. Ik hield haar vast, ze was nog warm, zoals gewoonlijk. Ik
nam een laken en bedekte haar en in een korte tijd werd ze koud, erg koud. Haar
haar hing naar achteren, zoals dat gebeurt bij de haren van een dode en zij
werd ijzig koud.
Angelica:
Jezus was naar beneden
aan het komen en ik voelde mijn lichaam sterven. Terwijl Jezus en de engelen
dichterbij kwamen, voelde ik, dat ik mijn lichaam aan het verlaten was en dat
ik niet langer in mijn lichaam was. Ik leefde niet meer, ik was stervende, het
was angstig! Toen mijn lichaam op de vloer viel, waren ze hier al. Mijn huis
was vol met engelen, en temidden van de engelen zag ik een Licht, sterker dan
de zon! Het was erg moeilijk. Ik voelde enorme pijn, terwijl mijn ziel en geest
werden weggescheurd.
Ik schreeuwde en
huilde toen ik mijn lichaam op de grond zag liggen. Ik vroeg “Heer, wat
gebeurt er? Wat gebeurt er?” Ik wilde mijn lichaam aanraken en er opnieuw
naar binnengaan, maar toen ik dit probeerde, leek het op het beetpakken van
lucht. Ik kon het niet aanraken. Mijn hand ging er recht doorheen. Geen van hen
die aan het bidden waren konden mij horen!
En ik schreeuwde, “Heer,
help mij!”
Maxima:
Mijn man arriveerde,
terwijl wij aan het bidden waren en hij zag haar daar liggen. De Heer gaf mij
op dat moment kracht, omdat ik niet wist wat ik moest doen. Het was net of ze
in een coma was, maar ik wist dat ze in orde was, want het was het werk van de Heer.
Dus ik zei, “Heer, laat Uw wil geschieden.”
De Heer Jezus Christus
Angelica:
Op dat moment hoorde
ik Gods stem, een mooie stem met donder en liefde, “Vrees niet, dochter,
want Ik ben Jehovah, Uw God, en Ik ben hier gekomen, om je te laten zien
hetgeen Ik jou beloofd heb. Sta op, want Ik ben Jehovah, die jou bij je
rechterhand vasthoudt en je vertelt: Vrees niet, Ik zal je helpen.” Plotseling
stond ik op. Ik had neergeknield gezeten, kijkend naar mijn lichaam. Ik wilde
terug in mijn lichaam, maar dat was niet mogelijk. Toen ik Zijn stem hoorde,
verdween alle vrees en was ik niet langer angstig.
Terwijl ik begon te
lopen, begonnen de engelen een pad te openen. Er was een sterk schijnend Licht,
en terwijl ik er naar staarde, voelde ik vrede. Terwijl ik keek, zag ik een
mooie, lange, elegante, gespierde Man. Licht scheen uit Hem vandaan. Er was
voor mij te veel licht, om Zijn gezicht te zien! Maar ik kon zijn prachtige
haar van schitterend goud zien en een wit kleed met een wijde gouden gordel,
die zijn borstkast kruiste. Er stond, “KONING DER KONINGEN EN HEER DER HEREN,”
op.
Ik keek naar Zijn
voeten. Hij droeg schijnende gouden sandalen van prachtig goud. Hij was zo
mooi! Hij strekte Zijn hand naar mij uit. Toen ik Zijn hand pakte, was het niet
hetzelfde, als toen ik mijn lichaam aanraakte, mijn hand ging er niet doorheen.
Ik vroeg, “Wat gebeurt er?” En Hij zei: “Ik ga je de hel laten zien,
en als je terugkeert, moet je de mensheid vertellen dat de hel echt bestaat. En
Ik zal je ook Mijn Glorie laten zien, om Mijn volk te vertellen dat ze klaar
moeten zijn, want Mijn glorie is echt en Ik ben echt.” Hij zei, “Dochter
vrees niet”. Hij zei het opnieuw en ik zei, “Heer, ik wil alleen de
hemel zien, maar niet de hel, want ik heb gehoord dat die verschrikkelijk is!” Hij
zei, “Dochter Ik zal met je zijn. Ik zal je niet in die plaats achterlaten,
en Ik zal je die plaats laten zien omdat er velen zijn die weten dat de hel
bestaat, maar ze hebben geen angst.
Zij geloven dat het
een spelletje is, dat de hel een grap is, en vele weten er niets vanaf. Daarom
laat ik je die plaats zien, want er zijn meer die verloren gaan, dan die Mijn
glorie binnengaan.”
Toen Hij dat zei, kon
ik tranen over zijn kleed naar beneden zien stromen. Ik vroeg Hem, “Heer,
waarom huilt U?” Hij antwoordde, “Dochter, omdat er meer zijn die
verloren gaan, en Ik zal je dat laten zien, zodat je uit zal gaan om de
waarheid te vertellen en opdat je niet naar die plaats zal terugkeren.”
De Hel
Ik zag gruwelijke demonen,
allerlei soorten, beide grote en kleine. Ze renden zo snel, en droegen iets in
hun handen. “Heer, waarom rennen ze op deze manier, en wat dragen ze?” Hij
antwoordde, “Dochter, zij rennen op deze manier omdat zij weten dat hun tijd
ten einde loopt, omdat de tijd zo kort is, om de mensheid te vernietigen en
speciaal Mijn volk. Dat wat zij in hun handen dragen, zijn pijlen om de
mensheid te vernietigen, want aan elke demon is een naam gegeven en volgens de
naam die aan hen wordt gegeven, hebben zij een pijl om die persoon te
vernietigen en om ze naar deze plaats te brengen. Hun doel is om die persoon te
vernietigen en ze naar de hel te brengen."
En ik zag de demonen
opgewonden naar de aarde toe rennen, en Hij vertelde me. “Ze gaan naar de
aarde om de mensheid in deze plaats te werpen.” Toen Hij dit zei, weende
Hij, Hij weende heel erg. Hij weende de gehele tijd en ik ook.
Maxima:
Mijn dochter was 23
uur dood, maar ik lichtte de overheid niet in. Ik bad, “Heer, ik wacht 24
uur. Als mijn dochter niet binnen 24 uur terug is, bel ik een dokter.” Maar,
de Heer bracht haar terug voordat de 24 uur om waren.
Angelica:
De Heer zei tegen mij,
“Ben je klaar voor hetgeen Ik je wil laten zien?” “Ja, Heer,” zei ik.
Hij nam me mee naar
een cel waar ik een jongeman zag, die gefolterd werd tussen de vlammen.
Ik vernam dat de cel
genummerd was, maar ik begreep die nummers niet, ze schenen achterstevoren te
zijn geschreven. Daar was een grote plaat in die cel en de jonge man had het
nummer “666” op zijn voorhoofd. Hij had ook een grote metalen plaat in zijn
huid gegraveerd.
De wormen die hem
opaten, waren niet in staat om die plaat schade toe te brengen en ook de
vlammen verbrandden die plaat niet. Hij schreeuwde, “Heer, heb genade met
me. Haal me uit deze plaats. Vergeef mij, Heer!” Maar Jezus reageerde met, “Het
is laat, te laat. Ik gaf je gelegenheden, maar je wilde je niet bekeren.”
Ik vroeg Jezus, “Heer,
waarom is hij hier? “ Toen herkende ik hem. Op aarde kende deze jonge man
het Woord van God, maar plotseling wandelde hij van God weg en verkoos alcohol,
drugs en het wandelen op de verkeerde weg. Hij wilde de weg van de Heer niet
volgen. Jezus waarschuwde hem vele malen voor wat er met hem zou kunnen
gebeuren. Jezus zei, “Dochter, hij is in deze plaats omdat iedereen die Mijn
Woord verwerpt, al een rechter heeft: Het Woord dat Ik gesproken heb, zal hem
veroordelen op de laatste dag, (Johannes 12:48) en Jezus weende.
Als de Heer weent, is
het anders dan bij ons. Hij weende met deze pijn in Zijn hart en Hij snikte
ontzettend. “Ik heb de hel niet voor de mensheid gecreëerd,” zei Jezus.
Dus vroeg ik hem, “Waarom is de mensheid dan hier, Heer?” Hij
antwoordde, “Dochter, Ik creëerde de hel voor satan en zijn engelen, dat
zijn de demonen (Matth. 25:41), maar vanwege de zonde en gebrek aan bekering en
berouw, eindigt de mensheid hier, en er zijn meer die verloren gaan, dan
diegenen die in Mijn glorie komen!” Hij
bleef huilen en het deed mij heel veel pijn om te zien hoe Hij huilde.
“Dochter, Ik gaf Mijn leven voor de mensheid,
zodat het niet verloren hoeft te gaan, en niet hoeft te eindigen in deze
plaats. Ik gaf Mijn leven uit liefde en genade, zodat de mensheid berouw zou
tonen en het Koninkrijk der Hemelen binnen kan gaan.” Jezus kreunde als iemand die de pijn niet langer kon
verdragen, dat is hoeveel pijn Hij voelde, terwijl Hij daar naar de mensen
keek.
In de aanwezigheid van
Jezus voelde ik me veilig. Ik dacht, “Als ik de hand van de Heer loslaat,
dan moet ik hier blijven!” Ik vroeg,
“Jezus, heb ik ook familie in deze plaats?” Hij keek naar me terwijl ik
aan het huilen was en Hij zei, “Dochter, Ik ben met je,” omdat ik zo
bang was. Hij nam mij mee naar een andere cel. Ik had het mij nooit kunnen
voorstellen om een familielid van mij in die cel te zien. Ik zag deze vrouw,
die gefolterd werd, ze had wormen die haar gezicht opaten, en demonen staken
een soort van speer in haar lichaam. Ze gilde, “Nee Heer, heb genade met me,
vergeef me, alstublieft, neem me voor een minuut uit deze plaats!”
In de hel worden
mensen gefolterd met herinneringen aan de dingen die ze op aarde deden. Demonen
spotten met de mensen en zeiden: “Aanbid en lofprijs, want dit is jouw
Koninkrijk!” En de mensen gilden en
herinnerden zich, dat zij God kenden, omdat zij het Woord (de bijbel) kenden.
Diegenen die God gekend hadden, werden dubbel gefolterd.
De Heer zei, “Er is
geen andere kans voor die daar zijn; er zijn nog steeds kansen voor de
levenden.” Ik vroeg hem, “Heer,
waarom is mijn overgrootmoeder hier? Ik weet niet of zij U ooit gekend heeft.
Waarom is zij hier in de hel, Heer?” Hij antwoordde, “Dochter, zij is
hier omdat ze gefaald heeft om te vergeven… dochter, diegene die niet vergeeft,
kan Ik ook niet vergeven.”
Ik vroeg, “Heer,
maar U vergeeft toch, en U bent vol van genade?” En Hij antwoordde, “Ja,
dochter, maar het is noodzakelijk om te vergeven, omdat zij niet alle mensen
hebben vergeven, en daarom zijn er zoveel mensen in deze plaats, omdat ze
gefaald hebben om te vergeven. Ga en vertel de mensheid dat het tijd is om te
vergeven en speciaal Mijn volk, want velen van Mijn volk (christenen) hebben
niet vergeven. Vertel hen om zich te ontdoen van wrok, van wrevel, en van die
haat in hun harten, want het is tijd om te vergeven! Als de dood die persoon,
die gefaald heeft om te vergeven, zou verrassen, dan zal die persoon naar de
hel gaan, want niemand kan leven kopen."
Toen we die plaats
verlieten, werd mijn grootmoeder overspoeld met vuur en zij gilde, “Aaaaah,”
en begon de naam van God te lasteren, zij vervloekte
Hem, elke persoon in de hel lastert God.
Terwijl wij die plaats
verlieten, kon ik zien dat de hel vol was met gefolterde mensen. Veel mensen
strekten hun handen uit en smeekten Jezus om hen te helpen, om daar uit te
komen. Maar de Heer kon niets voor hen doen, en dan begonnen zij God te
lasteren. Dan begon Jezus te wenen en zei, “Het doet Mij pijn om hen zo te
horen, het doet mij pijn om te zien wat zij doen, omdat Ik niets meer voor hen
kan doen. Wat Ik je wil vertellen is, dat je nog steeds de gelegenheid hebt,
want zij die op de aarde zijn, die nog niet gestorven zijn, die nog in leven
zijn, zij hebben nog steeds de tijd om zich te bekeren!”
De Heer vertelde mij
dat er veel beroemde mensen in de hel zijn, en ook veel mensen die van de Heer
afwisten. Hij zei, “Ik ga je een ander gedeelte van de oven laten zien.” Wij
kwamen op een plaats waar een vrouw was omgeven door vlammen. Zij werd erg
gefolterd en schreeuwde, en ze smeekte de Heer om genade. Jezus wees met Zijn
hand naar haar en vertelde mij, “Dochter, die vrouw die je daar ziet,
omringd door vlammen, is Selena.”

Toen we dichterbij
kwamen, schreeuwde ze, “Heer, heb genade met me, vergeef me Heer, haal me
uit deze plaats!” Maar de Heer keek naar haar en zei: “Het is te laat,
het is te laat. Je kunt je nu niet meer bekeren.”
Ze zag me en zei, “Alsjeblieft, ik smeek je, ga en vertel
de mensen hierover, alsjeblieft spreek het uit en wees niet stil; ga en vertel
hen om niet naar deze plaats te komen, ga en vertel hen om niet naar
mijn liederen te luisteren en ze niet te zingen” . Dus vroeg ik aan haar, “Waarom
wil je, dat ik ga om dat te vertellen?” En
ze antwoordde, “Want elke keer als mensen mijn liederen beluisteren en
zingen, word ik meer gekweld, en de persoon die mijn liederen zingt en
beluistert loopt naar deze plaats. Alstublieft, ga en
vertel hen hier niet te komen; ga en vertel hen dat de hel echt bestaat!”
Ze schreeuwde en
demonen slingerden vanuit de verte speren in haar lichaam en ze schreeuwde, “Help
me, Heer, heb genade met me, Heer!” Maar de Heer vertelde haar, “Het is
te laat.”
Ik keek over het hele
gebied, het was vol met zangers en artiesten die gestorven waren. Alles wat zij
deden was zingen en zingen, zij konden niet stoppen met zingen. De Heer legde
het uit, “Dochter, de persoon die daar is, moet altijd blijven doen, wat zij
ook op de aarde deden, als zij zich niet bekeerd hebben.”
Toen ik het gebied
verkende, viel het me op dat heel veel demonen iets als regen naar beneden
lieten vallen. Ik dacht eigenlijk dat het regende. Maar het viel me op dat de
mensen wegrenden voor die regen en schreeuwden, “Nee, help me, Heer! Nee,
dit is niet mogelijk,” en de demonen lachten en vertelden de mensen, “Prijs
en aanbid want dit is jullie koninkrijk voor altijd en eeuwig!” Ik zag de
vlammen vermeerderen en de wormen op de mensen werden vermenigvuldigd! Er was
daar geen water, het was zwavel die de vlammen vermenigvuldigden en de angst
van elke persoon verhoogde. Ik vroeg Jezus, “Wat gebeurt er? Heer, wat is
dit?” De Heer antwoordde, “Dit is het loon voor iedereen, die zich niet
bekeerd heeft.” (Psalm11:6)
Toen nam de Heer mij
mee naar een plaats, waar een zeer bekende man was. Hiervoor leefde ik als een
christelijk meisje met dubbele gedachten. Ik dacht dat iedere persoon die
stierf naar de hemel ging, dat degene die de mis vierde, ook naar de hemel
ging, maar ik had het fout. Toen Paus Johannes Paulus II stierf, vertelden mijn
familie en vrienden mij, dat hij naar de hemel was gegaan. Alle nieuws op de
televisie, en alle andere nieuws vertelden, “Paus Johannes Paulus II is
gestorven, moge hij rusten in vrede. Hij verheugt zich nu met de Heer en Zijn
engelen in de hemel” en ik geloofde dat allemaal.
Maar ik hield mijzelf
alleen maar voor de gek, want ik zag hem nu in de hel, gefolterd worden door
vlammen. Ik keek naar zijn gezicht, het was Johannes Paulus II! De Heer zei
tegen me, “Kijk, dochter, die man die je daar ziet, is Paus Johannes Paulus
II. Hij is hier in deze plaats en hij wordt gefolterd, omdat hij zich niet
bekeerd heeft.”
Maar ik vroeg, “Heer,
waarom is hij hier? Hij preekte in een kerk.” Jezus antwoordde, “Dochter,
geen overspelige, geen afgodendienaar, geen hebzuchtige en geen leugenaar zal
Mijn Koninkrijk binnengaan.” Ik reageerde, “Ja, ik weet dat dat waar is,
maar ik wil weten waarom hij hier is, omdat hij tot hele menigten predikte!” En
Jezus reageerde, “Ja, dochter, hij mag heel veel gezegd hebben, maar hij
heeft nooit de waarheid gesproken, zoals het is. Hij sprak nooit de waarheid en
hij wist de waarheid en ofschoon hij de waarheid kende, koos hij geld boven het
prediken over de redding. Hij bood de waarheid niet aan; wilde niet zeggen dat
de hel realiteit was en dat de hemel ook bestaat. Dochter, nu is hij hier in
deze plaats.”
Toen ik naar deze man
keek, had hij een grote slang met naalden om zijn nek gewikkeld en hij
probeerde hem eraf te krijgen. Ik pleitte met Jezus, “Heer, help hem!” De man schreeuwde, “Help me Heer; heb
genade met mij, haal me uit deze plaats; vergeef me! Ik heb berouw Heer. Ik wil
naar de aarde terug, ik wil naar de aarde terug om berouw te tonen.” De Heer sloeg hem gade en zei tot hem, “Je
wist heel goed, je wist het heel goed dat deze plaats bestond…. het is te laat,
er is geen enkele gelegenheid meer voor je.”
De Heer zei, “Kijk dochter,
Ik ga je het leven van deze man laten zien.” Jezus liet me een groot scherm
zien, waarop ik kon zien, hoe deze man vele malen zijn mis aanbood aan de
menigten. En hoe afgodisch de mensen waren die daar waren. Jezus zei, “Kijk
dochter, er zijn vele afgodendienaars in deze plaats. Afgoderij zal niet
redden, dochter. Ik ben de Enige die redt, en buiten Mij is er niemand die kan
redden. Ik hou van de zondaar, maar Ik haat de zonde, dochter. Ga en vertel de
mensheid, dat Ik van hen houd, en dat zij tot Mij moeten komen.”
Terwijl de Heer sprak,
begon ik te zien hoe deze man ontzettend veel muntjes en biljetten ontving;
geld dat hij allemaal voor zichzelf hield. Hij had zoveel geld. Ik zag beelden
van deze man, waar hij op een troon zat, maar ik was ook in staat om verder dan
dat te kijken. Terwijl het waar is, dat deze mensen niet trouwen, kan ik je
verzekeren, en ik verzin dit niet, de Heer liet het me zien, dat deze mensen
met nonnen slapen en met vele vrouwen daar!
De Heer liet mij zien,
dat deze mensen in hoererij leefden, en het Woord zegt, dat geen hoereerder
Zijn Koninkrijk zal binnengaan. Terwijl ik dit alles bekeek, vertelde de Heer
me, “Kijk dochter, alles wat Ik je laat zien, wat er gaande is, is zoals hij
leefde en wat nog steeds blijft gebeuren onder vele mensen, onder vele huidige
priesters en pauzen.” Toen vertelde Hij mij, “Dochter, ga en vertel de
mensheid, dat het tijd is om tot Mij te komen.”
De Heer liet mij een
plaats zien, waar vele mensen naar de hel wandelden. Ik vroeg Hem, “Heer hoe
komt het dat zij naar deze plaats wandelen? “ Hij reageerde, “Ik zal het
je laten zien.” Hij liet mij een tunnel zien waar vele mensen doorheen liepen.
Deze mensen waren gebonden, van handen tot voeten. Zij waren in het zwart
gekleed en droegen een last op hun rug. Jezus zei, “Kijk dochter, deze
mensen, die je daar ziet, die kennen Mij nog niet. Hetgeen zij op hun rug
dragen is zonde, maar ga en vertel hen om deze last aan Mij te geven, en Ik zal
hen rust geven, dat Ik het ben die al hun zonden vergeeft… dochter, ga en
vertel deze mensen om naar Mij te komen, want ik wacht op ze met open armen, en
ga en vertel hen dat ze naar deze plaats toe wandelen.”
Terwijl ik de mensen
zag wandelen, zei ik, “Heer, die persoon daar is mijn nicht; die jonge man
is mijn neef, Heer, en die jonge vrouw die naar beneden gaat, is ook mijn nicht
, mijn familie komt naar deze plaats toe!” Hij reageerde, “Dochter, zij
wandelen naar deze plaats, maar ga en vertel ze waar zij naar toe wandelen, ga
en vertel hen dat ze naar de hel wandelen. Ga en vertel hen dat ik jou heb
verkozen als Mijn wachter……. Ik heb jou verkozen als Mijn wachter, dat
betekent, dat jij degene bent, die de waarheid moet vertellen. Je moet gaan en
alles vertellen van hetgeen Ik je heb laten zien. Als je niet spreekt tot een
persoon en er gebeurt iets met die persoon, zijn bloed zal over jou worden
uitgegoten, maar als je gaat en doet zoals Ik je verteld heb, dan heeft die
persoon zich te verantwoorden voor Mij. Als de persoon zich niet bekeert, dan
wordt de verantwoordelijkheid die op jou rustte, verwijderd en zal de
verantwoordelijkheid op die persoon rusten en zijn bloed zal niet over jou
zijn.” (Ezechiel 3:18)
Jezus vertelde mij,
dat vele beroemde mensen naar die plaats toelopen, beroemde en belangrijke
mensen.
Neem bijvoorbeeld
Michael Jackson. Deze man was beroemd over de hele wereld, maar hij was een
satanist. Hoewel veel mensen het niet op deze manier zien, is het toch de
waarheid. Deze man had duivelse verbintenissen. Hij sloot een verbond met de
duivel om beroemd te worden en veel fans te krijgen.
Deze stappen die hij
uitvoerde, dat is de manier waarop ik demonen zag lopen, terwijl zij mensen in
de hel folterden. Zij gleden achterwaarts en bewogen niet vooruit, terwijl zij
schreeuwden, verheugden zij zich over de enorme angst, die ze mensen oplegden.
Laat me je vertellen
dat Michael Jackson in de hel is. De Heer liet mij hem zien, nadat Michael was
gestorven. Hij liet mij Michael Jackson zien die gefolterd werd in vlammen. Ik
riep tot Jezus, “Waarom?” Het was niet makkelijk om te zien hoe hij
gefolterd werd en hoe hij schreeuwde. Iedereen die luistert naar de liederen
van Michael Jackson of ze zingt of een fan is van Michael Jackson; ik waarschuw
jullie dat satan je in zijn val lokt, zodat je eindigt in de hel. Verwerp het
nu in de naam van Jezus! Jezus wil je vrijzetten, zodat je niet verloren gaat.
De Heer zei, “Dochter,
er zijn ook mensen die Mij kennen, die naar deze plaats toe wandelen.” Ik
vroeg, “Heer, hoe kan het dat mensen die U kennen, hier komen?” Hij
antwoordde, “Diegene die Mijn wegen verlaten heeft en een dubbel leven
leidt.” Hij begon mij mensen te laten zien, die naar de hel liepen. Zij
waren gebonden, van hun handen tot aan hun voeten.
Elk van hen droeg een
wit kleed, maar het was gescheurd, smerig en gerimpeld. Jezus zei, “Dochter,
zie hoe Mijn volk is weggelopen van Mij. Dochter, Ik wil je vertellen, dat Ik
niet zal komen voor deze mensen. Ik zal komen voor een heilig volk, klaar,
zonder smet, zonder rimpels en zonder bevuiling… Ga en vertel hen terug te
keren naar de oude wegen.” Ik begon vele van mijn ooms en vele andere
mensen te zien, die waren weggewandeld van de wegen van de Heer. “Ga en
vertel hen, dat Ik op hen wacht, totdat zij hun lasten aan Mij overgeven, en Ik
zal hen rust geven.” Jezus weende , “Dochter, zij komen deze kant op. Ga
en vertel jouw ooms, ga en vertel je familie dat ze deze kant opkomen! Dochter,
vele zullen je niet geloven maar Ik ben Je Getrouwe Getuige, Ik ben Je Getrouwe
Getuige. Ik zal je nooit verlaten. Zelfs als ze je niet geloven, dochter, ga en
vertel hen de waarheid, want Ik ben met je. Dochter, Ik zal je ook nog laten
zien, hoe deze mensen aankomen in deze plaats.”
We gingen naar een
tunnel waar er een hele menigte van mensen in de afgrond vielen. Niet 1000,
niet 2000, maar zoveel als het zand der zee, niet te tellen. Ze vielen bij de
seconde, als handen vol met zand, dat naar beneden wordt gegooid. De zielen
vielen snel. Jezus weende. Hij zei, “Dochter, dit is hoe de mensheid
verloren gaat, dit is hoe het verloren gaat! Dochter, het doet Mij pijn om te
zien hoe de mensheid verloren gaat.”
Jezus zei, “Demonen
houden ook vergaderingen in deze plaats.” En ik zei, “Demonen houden
vergaderingen?” Jezus zei, “Ja, dochter, zij vergaderen om plannen te
maken, zij maken plannen over wat zij de mensheid zullen aandoen. Zij houden
dagelijks geheime bijeenkomsten.” En
tegelijkertijd nam Jezus mij mee naar een cel, waar ik stoelen rondom een
houten tafel zag. En daar waren demonen, allerlei verschillende soorten
demonen. Jezus verklaarde, “Dochter, zij zijn nu van plan om de familie van
de voorgangers te vernietigen, de zendelingen, de evangelisten en allen die Mij
kennen. Dochter, zij willen hen vernietigen, zij hebben vele pijlen.”
De demonen lachten en
spotten en zeiden, “Laten we de mensheid vernietigen en in deze plaats
brengen.” Jezus zei, “Ga en vertel hen dat Ik met hen ben. Vertel hen om
geen deuren open te laten staan, om geen plaats te geven aan satan, want satan
gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.”
(1 Petrus 5:8)
Maar het Woord zegt, “Hij
loopt en brult als, omdat de enige echte Leeuw, de Leeuw van Juda is, Jezus
Christus van Nazareth (Openbaring 5:5)!
Jezus zei, “Dochter,
ze willen speciaal de familie van voorgangers vernietigen.” Ik vroeg, “Waarom
willen ze de familie van voorgangers vernietigen?” En Jezus antwoordde, “Omdat
ze verantwoordelijk zijn voor duizenden mensen, die de schapen van de kudde
zijn; de schapen van de kudde, die de Heer hen gegeven heeft. Zij willen dat deze
mensen weer terugkeren naar de wereld, om achterwaarts te kijken en in de hel
te eindigen… Ga en vertel de voorgangers om de waarheid te spreken. Ga en
vertel hen, de waarheid te prediken en om alles te vertellen wat Ik aan hen
vertel en het nooit voor zichzelf te houden wat Ik hen vertel!”
Terwijl wij deze
plaats verlieten, vertelde Hij mij, “Ik wil je iets anders laten zien… Er
zijn ook kinderen in deze plaats.” En ik reageerde, “Kinderen in deze
plaats, Heer? Waarom zijn er kinderen hier? Uw Woord zegt, “Laat de kinderen
begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het
Koninkrijk der hemelen.” (Mattheus
19:14) Jezus antwoordde, “Dochter, het is waar, van zulke is het Koninkrijk
der Hemelen, maar dat kind moet naar Mij komen, want diegene die naar Mij komt,
zal Ik niet uitsluiten.” Onmiddellijk liet de Heer mij een 8 jarige jongen
zien, die door vlammen gefolterd werd. De jongen huilde, “Heer, heb genade
met mij, haal me uit deze plaats, ik wil hier niet zijn!” Hij bleef huilen
en schreeuwen. Ik zag demonen rondom deze jongen, die op stripfiguren leken.

Daar was de Dragon
Ball Z, Ben 10, Pokémon , Doral, etc. “Heer, waarom is deze jongen hier?” Jezus
liet mij het leven van deze jongen zien op een groot scherm. Ik zag hoe hij al
zijn tijd besteedde voor de tv en naar deze tekenfilms keek.
Jezus zei, “Dochter,
deze animatie filmpjes, deze films, deze soaps, die dagelijks op de tv worden
vertoond, zijn de instrumenten van satan om de mensheid te vernietigen…… Kijk
dochter, hoe dit tot stand kwam.”
Ik zag hoe de jongen
rebels en ongehoorzaam was tegenover zijn ouders. Als zijn ouders tot hem
spraken, rende hij weg, hij was niet gehoorzaam en gooide met dingen naar zijn
ouders. Na deze gebeurtenis overreed een auto hem en eindigde zijn leven. Jezus
vertelde mij, “Sinds die tijd, is hij in deze plaats.”
Ik keek naar de jongen
terwijl hij gefolterd werd. Jezus zei, “Dochter, ga en vertel ouders hun
kinderen op te voeden, zoals het in mijn Woord geschreven staat. (Spreuken
22:6) “Het Woord van God is echt, het vertelt ons om kinderen te corrigeren,
maar niet op elk moment, alleen als het kind ongehoorzaam is aan zijn ouders.
(Spreuken 22:15)
De Heer vertelde mij
iets, dat erg pijnlijk en erg verdrietig is. Hij zei, “Dochter, er zijn veel
kinderen in deze plaats vanwege animatie tekenfilms, vanwege rebellie.” Ik
vroeg Hem, “Heer, waarom zijn deze animatie films hier schuldig aan?” En
Hij verklaarde, “Omdat dit demonen zijn, die rebellie, ongehoorzaamheid,
bitterheid, en haat naar kinderen toedragen, en andere demonen gaan bij deze
kinderen naar binnen, zodat ze geen goede dingen doen, maar datgene doen wat
slecht is. Wat ze zien op tv doen ze in de praktijk. Hel bestaat, hel is
realiteit, en zelfs kinderen moet beslissen met wie ze verder gaan.” Ik
zei, “Heer, vertel mij, waarom zijn deze kinderen in deze plaats?” En
Jezus antwoordde, “Als kinderen de wetenschap hebben dat er een hemel en een
hel is, dan hebben zij een plaats om te kiezen.”
Het Koninkrijk van de
Hemel
Er is nog veel te
vertellen over de hel, maar nu wil ik met u delen, wat ik in de hemel zag.
Jezus zei, “Dochter,
nu ga Ik je laten zien, wat Ik klaargemaakt heb voor Mijn heilig volk.” Wij
verlieten die plek en gingen eruit door een tunnel. Terwijl wij door de tunnel
gingen, kwamen wij plotseling uit waar er licht was. Ik zag geen duisternis,
vlammen of folteringen meer. Hij zei, “Dochter, Ik ga je Mijn glorie laten
zien,” en wij begonnen te stijgen naar het Koninkrijk van de Hemel! We
arriveerden spoedig bij een deur met gigantische letters geschreven in goud, en
het zei:
“Welkom in het
Koninkrijk van de Hemel.”
Jezus zei,
“Dochter, ga in, want Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal
hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.” (Johannes
10:9)
Nadat de Heer deze
woorden had gezegd, ging de deur open en we gingen naar binnen. Ik zag engelen
glorie en eer geven aan de Hemelse Vader! (Openbaring 7:11-12) Terwijl wij
bleven wandelen, kwamen wij bij een tafel, waarvan ik wel het begin ervan kon
zien, maar niet het einde. (Openbaring
19:9)
Ik aanschouwde een
grote troon en een kleinere troon omringd door duizenden stoelen. Tussen de
stoelen waren klederen met kronen. De Heer zei, “Dochter, de kroon die je
daar ziet, is de kroon des levens.” (Openbaring
2:10)
Jezus zei, “Kijk
dochter, dit is wat Ik bereid heb voor mijn volk.” Ik zag dat de tafel was
bedekt met een wit tafelkleed met gouden randen. Er stonden borden, gouden
bekers, fruit, alles stond klaar. Het was zo mooi. Er stond een heel groot vat
in het midden van de tafel, dat gevuld was met wijn voor het diner. En Jezus
zei, “Dochter, alles is klaar voor de komst van Mijn Gemeente.” (de Opname)
We gingen naar een
andere plaats, waar ik veel mensen zag in een tuin. Daar waren bekende mensen
van de bijbel, maar zij waren niet oud maar jong. Daar was een jonge man met
een grote doek in zijn hand, die al ronddansend de Heer prees. Jezus zei, “Dochter,
die jonge man, die je daar ziet, is Mijn dienaar David.” Hij was eer aan
het geven aan onze Vader. Plotseling passeerde er een andere jonge man en Jezus
vertelde mij, “Dochter, hij is Jozua; hij is Mozes; en die andere jonge man
is Abraham.” Jezus riep hen bij hun namen. Zij hadden allemaal dezelfde
verschijning! Jezus zei, “Dochter, die vrouw die je daar ziet is Mijn knecht
Maria Magdalena; en Mijn knecht Sara.”
Maar toen vertelde Hij
mij, “Dochter, zij is Maria. Maria uit wie Jezus is geboren, Die Ik ben.
Dochter, Ik laat je weten, dat zij niets van de dingen, die op de aarde
gebeuren, afweet. Ik vertel je dat je de mensheid moet vertellen, vertel aan
afgodenaanbidders, dat de hel echt bestaat, en dat afgodendienaars Mijn
Koninkrijk niet zullen binnengaan, maar ga en vertel hen, dat als zij zich
hiervan bekeren dat ze dan Mijn Hemelse woonplaats kunnen binnengaan. Ga en
vertel hen dat Ik van ze houd en vertel hen dat Maria niets weet van hetgeen
hier op aarde gebeurt. En de enige die ze moeten verhogen is MIJ, omdat niet
Maria, of heilige Gregory of enige andere heilige, redding kan brengen. Ik ben
de Enige die redt, en buiten Mij is er niemand, niemand, niemand, die redt.
Hij herhaalde het drie
keer, dat niemand kan redden. Alleen Hij kan redden.
De mensheid wordt
bedrogen door te geloven in een aangenomen heilige, die het niet is, maar een
demon is, die door een beeld werkt, gemaakt door mensenhanden. Maar, laat mij
je vertellen dat de Heer je het beste wil geven. Hij wil dat je het Koninkrijk
van de Hemel binnengaat; bekeer je en verlaat de afgoderij. Want afgoderij zal
je niet redden. Jezus Christus is de Enige die redt, die Zijn leven gaf voor
jou en voor mij en voor de gehele mensheid. De Heer heeft een grote boodschap
voor de mensheid. Terwijl Hij weende, vertelde Hij mij, “Alsjeblieft, dochter,
wees niet stil, ga en vertel de waarheid, ga en vertel wat Ik je heb laten
zien.”
Ik zag hoe Maria de Heer
aanbad, en ik zag vrouwen met zeer mooi lang haar. Ik zei, “Heer, wat een
prachtige manier van haardracht.” Hij zei, “Dochter, hetgeen je ziet is
de sluier die Ik aan vrouwen heb gegeven.” Hij voegde toe, “Dochter, ga
en vertel vrouwen zorg te dragen voor hun sluier, die Ik aan haar heb gegeven.”
Toen vertelde Hij mij,
“Ik heb iets belangrijks dat Ik je wil laten zien.” Ik keek heel ver en
ik zag een schijnende stad, een stad van goud! Ik zei, “Heer, wat is dat? Ik
wil daarheen.” Hij antwoordde, “Dochter, Ik zal je laten zien wat daar
is. Wat je ziet is de Hemelse woonplaats, de Hemelse woningen die gereed zijn
voor Mijn volk.”
Wij begonnen te lopen,
tot wij een gouden brug bereikten. Toen we erover gelopen waren, kwamen wij op
straten, die van puur goud gemaakt zijn! (Openbaring 21:21)
Alles was zo mooi, zo
prachtig, als schijnend glas, het was absoluut bovennatuurlijk, onverklaarbaar!
We zagen Hemelse woningen en keken toe, hoe duizenden engelen ze aan het bouwen
waren. Sommigen engelen bouwden heel snel, sommigen bouwden langzaam, en
anderen bouwden helemaal niet. Ik vroeg de Heer, “Waarom bouwen sommige
engelen snel, terwijl anderen langzaam bouwen, en sommigen zijn gestopt met
bouwen?” Toen legde de Heer het uit, “Dochter, dat is hoe Mijn volk op
aarde werkt, en de engelen werken hetzelfde als Mijn kinderen op aarde…. Dochter,
Mijn volk verspreidt het evangelie niet meer op aarde. Mijn volk vast niet
meer. Mijn volk gaat niet meer naar de straten om traktaten met de waarheid te
verspreiden. Mijn volk schaamt zich nu. Ga en vertel Mijn volk, om terug te
keren naar de oude wegen. Die engelen die je niets zag doen, behoren tot de
degenen die van Mijn wegen zijn afgedwaald…. Dochter, ga en vertel Mijn volk
terug te keren op de oude wegen.” En dit zeggende begon Hij te wenen.
Ik hoorde andere
mensen zingen, dus vroeg ik Hem, “Heer, ik wil dat U mij meeneemt daar naar
toe, waar die mensen zingen.” Jezus
sloeg mij gade, Ik wist dat Hij mij observeerde, maar ik kon Zijn gezicht niet
zien, enkel de bewegingen van Zijn gezicht. Terwijl Zijn tranen over Zijn kleed
stroomden, vroeg ik Hem waarom Hij zo huilde. Maar Hij wou het niet uitleggen
aan mij.
Later arriveerden wij
in een prachtige tuin. Daar, tussen de hemelse woningen, zag ik bloemen die op
en neer zwaaiden. Dat moet het zingen zijn geweest, dat ik hoorde. De Heer wees
met Zijn vinger en zei, “Dochter, kijk, zij loven Mij, Zij aanbidden Mij!
Mijn volk doet dit niet meer zoals voorheen. Mijn mensen lofprijzen Mij niet
meer, zij aanbidden Mij niet meer, ze zoeken Mij niet meer zoals voorheen.
Daarom vertelde Ik je, dochter, ga en vertel Mijn volk om Mij te zoeken, want
Ik zal komen, want Ik zal komen, want Ik zal komen, voor een volk die Mij zoekt
in Geest en in waarheid, voor een volk die klaar staat, voor een heilig volk!” En
huilende zei Hij, “Ik kom eraan, Ik kom eraan!”
Toen begreep ik waarom
Hij huilde, want Hij komt eraan, maar niet voor degenen die halfslachtig zijn.
Hij zal enkel terugkomen voor een volk die Hem zoekt in Geest en in waarheid.
Daarna vertelde de Heer
mij dat ik terug moest keren naar de aarde. Ik zei, “Heer, ik wil niet terug
naar de aarde! Wat bedoelt U – aarde? Ik wil bij U blijven. U bracht mij hier
en ik ga nergens anders heen omdat ik bij U ben!” Jezus zei, “Dochter,
het is nodig dat je terugkeert naar de aarde om te getuigen dat Mijn glorie
echt is, dat wat Ik aan je zal laten zien echt is; dat wat je gezien hebt echt
is, zodat de mensen naar Mij komen, berouw hebben en niet verloren gaan.” Wenende
viel ik aan Zijn voeten en daar zag ik wonden aan Zijn voeten. Ik vroeg, “Heer,
waarom zijn die wonden hier?” Hij antwoordde, “Dochter, het zijn de
littekens van die dag uit het verleden, toen Ik Mijn leven gaf voor de
mensheid.”
Hij liet mij ook de
littekens in Zijn handen zien. Ik vroeg, “Heer, waarom heeft U die nu nog
steeds?” Hij vertelde me, “Dochter, het zijn de littekens die gebleven zijn.”
Dus vroeg ik, “Zal dit weggaan?” Hij reageerde, “Dochter, dit zal
weggaan als al de heiligen hier zijn verenigd…. Dochter, Ik moet je meenemen
naar de aarde. Je familie en de volkeren wachten op je.”
Ik probeerde te
weigeren maar Hij wees naar de aarde beneden met Zijn vinger en zei, “Kijk,
deze mensen die je daar beneden ziet, zijn je familieleden, dat lichaam dat je
daar ziet, is waar je naar terug moet keren…. het is tijd om deze plaats te
verlaten.”
Vervolgens nam Hij me
mee naar een mooie kristalheldere rivier en zei, “Dochter, ga de rivier in
en dompel jezelf onder.” Voordat ik die rivier van levend water inging, ervoer
ik een onbeschrijfbare vreugde, maar nadat ik mezelf ondergedompeld had en er
uitkwam, was ik opgetogen. Ik dacht dat ik niet naar huis hoefde terug te
keren, maar de Heer zei tegen mij, “Dochter, je moet terugkeren naar de
aarde…. Ik ga je iets laten zien: Hoe Ik
zal terugkeren naar de aarde voor een heilig volk. Ik ga je laten zien hoe de
dag van de opname zal zijn.”
Opname en Vervolging
Wij liepen naar een
plaats met een groot scherm, en ik zag er mensen op. Ik kon de hele wereld
overzien. Toen opeens zag ik duizenden mensen verdwijnen. Zwangere vrouwen
verloren hun zwangerschap, en zij zagen eruit of zij gek waren en ze
schreeuwden. Kinderen waren overal verdwenen. Veel mensen renden heen en weer,
schreeuwend, “Dit kan niet waar zijn, dit kan niet waar zijn! Wat gebeurt
er?”
Ik zag degenen die de Heer
hadden gekend, maar waren achtergelaten. Ze zeiden dat Christus was gekomen, en
de opname was geschied. Zij schreeuwden en wilden zichzelf vermoorden, maar ze
konden het niet. De Heer zei, “Dochter, in die dagen zal de dood vluchten.
Dochter, in die dagen zal de Heilige Geest niet langer op de aarde zijn.” Er
waren ongelukken, maar ik zag geen enkele persoon die dood was, zij waren
allemaal levend, alhoewel gewond.
Ik aanschouwde een
enorme verkeersdrukte van duizenden mensen. Hij vertelde me, “Dochter, kijk
dit is hoe alles zal gebeuren.” Toen
zag ik mensen rennen van de ene naar de andere plaats, schreeuwend, “Christus
kwam, Christus kwam. ”Zij pleitten, “Heer, vergeef me, vergeef me, neem
mij met U mee!”
Maar helaas zei de Heer,
“Het is te laat. De tijd voor bekering en berouw is nu…. Dochter, ga en
vertel de mensheid om Mij nu te zoeken, want gedurende die tijd zal er veel
vervolging zijn”. Toen Jezus keek hoe mensen achtergebleven waren, begon
Hij te huilen en zei, “Dochter, Ik zal naar de aarde gaan zoals het
geschreven staat in: 1 Tess. 4:16-17:
Want de Here zelf
zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank van een
bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn,
zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen
met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de
lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.
Maar niet iedereen zal
met de Heer meegaan, alleen degenen die Zijn wil doen (Matth. 7:21) en een
heilig leven lijden. Want de Heer vertelde mij, “Alleen degenen die heilig
zijn zullen het Koninkrijk van de Hemel binnengaan, ( Hebreeën 12:14) niemand
weet, de dag nog het uur in welke Ik zal komen voor Mijn heilig volk, zelfs de
engelen weten het niet.” (Matth.
24:36)
Op het scherm zag ik
mensen rondrennen. De bladen en het tv nieuws zeiden dat, “Christus was
gekomen.”
Het scherm sloot, en
Jezus eindigde door te zeggen, “Ik zal gaan voor een Heilig volk.”
Dit was alles wat Hij
me liet zien. Hierna bracht Hij mij naar de aarde terug.
Met de engelen rondom
ons vergaderd, begonnen we af te dalen, op deze prachtige trap met bloemen
omringd. Ik huilde de hele weg, terwijl wij naar beneden gingen, pleitend met
Jezus, “Heer, alstublieft laat mij niet hier. Neem me met U mee!” Hij reageerde, “Dochter, de volken, je
familie wachten op je…. dochter, je moet dat lichaam binnengaan. Je moet leven
ontvangen, dochter, zodat je kunt gaan en getuigen van hetgeen je gezien hebt.
Vele zullen je niet geloven en velen zullen je geloven, maar Ik ben je getrouwe
Getuige. Ik ben met je. Ik zal je nooit verlaten.”
Terugkeer naar de
Aarde
Maxima:
Toen mijn dochter
terugkwam, waren wij daar aan het wachten, en zij lag languit op de grond. Zij
deed "Uuhmm," niets anders. Ik zei, “Dank U, Heer, want
mijn dochter is terug!”
Wij gaven allemaal
dank aan de Heer. Al snel daarna begon zij langzaam te ademen, beetje voor
beetje. Na ongeveer vijf uur was ze in staat haar ogen te openen en te praten.
In het begin konden wij moeilijk verstaan wat ze zei; het was niet duidelijk.
Ze had geen kracht. Wij moesten de ramen bedekt houden, want haar ogen konden
niet tegen het licht.
Nieuwsgierig geworden,
wilden we allemaal van haar horen wat ze gezien had. Maar omdat ze zo zwak was,
kon ze ons maar een klein beetje vertellen. Het duurde twee weken voordat ze in
staat was om haar volledige getuigenis te delen.
Daarna kwamen er
demonen om haar te kwellen. Ze kon ze goed zien; ze probeerden zich te
verschuilen in schaduwen. Ze kwamen drie dagen na haar terugkeer aan, voordat
zij goed kon praten. Ze vroeg hen wat zij wilden en ze zeiden, “We zijn
gekomen om een verbond met je te sluiten…. Je moet je stilhouden. Je mag niets
zeggen van hetgeen je daar beneden hebt gezien, want als je spreekt, zullen we
je doden.”
Ze beschreef de demonen
als lelijk, groot, dik en afschuwelijk. Ze zei dat er geen woorden voor waren
om te beschrijven hoe afschuwelijk zij eruit zagen. Ze bestrafte hen, maar zij
wilden niet vertrekken. Als ze kwamen, sprongen ze op haar en probeerden haar
te wurgen. Ze vocht terug en bestrafte hen, maar ze had geen kracht. Op een
keer, toen zij hen bestrafte, verscheen er een onvoorstelbaar groot licht en
toen vluchtten ze weg! Het was de Heer.
Wat mijn dochter
meemaakte was niet makkelijk. Aan haar was een belangrijke boodschap gegeven
voor de gehele mensheid, om God te zoeken. Maar de mensheid denkt dat wat zij
doet goed is.
Jeugd die verslaafd is
aan alcohol en drugs, denken dat dit goed is, maar dat is het NIET.
Een van de grootste
ervaringen die mijn dochter had, was dat zij vele artiesten in de hel zag,
inclusief dansers, en ook Paus Johannes Paulus II. Het is tijd om de Heer te
zoeken, om berouw te hebben en jezelf te vernederen voor Hem. Het Woord van God
is waar, als het zegt, “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn
woorden zullen zeker niet voorbijgaan.” (Markus 13:31)
Het Woord van God zal
vervuld worden op Zijn vastgestelde tijd.
De Heer liet Angelica
ook een tunnel zien, waar mensen naar de hel liepen. Veel mensen zijn al in de
hel. Het is echt! Maar zelfs Gods volk gelooft dit niet, velen geloven het
gewoon niet.
De belangrijkste
boodschap was dat wij de Heer moeten zoeken, niet alleen met onze lippen, maar
vanuit het diepste gedeelte van ons hart, want de komst van de Heer is
aanstaande. Jezus zei, “Ik sta niet langer aan de deur; Ik ben al door de
deur heen gegaan. Ik zal spoedig komen; Mijn komst is nabij. Mijn volk heeft
Mij verlaten en is teruggegaan naar wereldse dingen…. Vertel Mijn volk terug te
keren naar de oude wegen (Zijn wegen).” De
kerk van vandaag moet naar de oude bijbelse weg terugkeren, dat is waar wij in
het vuur zijn, de Heer zoekend. Als de trompet wordt geblazen, moeten we klaar
zijn om de Heer te ontmoeten, en het zal wonderlijk zijn!
De Urgente Boodschap
van de Heer
Angelica spreekt voor de bijeenkomst:
De Heer vertelde me, “Dochter,
in die dagen zal de Heilige Geest niet langer op de aarde zijn. In die dagen,
zal Hij niet langer op de aarde zijn.” (2 Tess. 2:7) En ik zag enorme verkeersdrukte met
ongelukken. Veel mensen wilden zichzelf doden, maar Jezus zei, “Zij zullen
de dood zoeken, maar de dood zal vluchten van de mensheid. De dood zal er niet
meer zijn in die tijd.” Ik zag mensen naar de tv kijken en naar bladen die
zeiden: “Duizenden mensen zijn verdwenen.”
Velen wisten al dat
Christus was gekomen voor Zijn heilig volk. Diegenen die de Heer kenden, maar
achtergelaten waren, liepen wenend door de straten en zij wilden zichzelf
doden, maar zij konden niets doen.
Terwijl ik in de hemel
was, zei Jezus, “Ik zal komen voor een heilig volk en Ik zal spoedig komen
voor Mijn gemeente.” En twee weken
geleden zei de Heer tegen mij, “Dochter, Ik heb er plezier in hetgeen je
doet, dat je vervult hetgeen Ik je gegeven heb. Maar vertel niet aan Mijn volk
dat Ik spoedig kom. Maar vertel Mijn volk dat Ik er direct aankom.” Opnieuw
zei de Heer, “Vertel Mijn volk dat Ik
er direct aankom en dat Ik kom voor een Heilig volk. Vertel Mijn volk dat enkel
de heilige, enkel die heilig zijn Mij zullen zien! En wees niet
stil: blijf verklaren wat Ik je heb verteld.”
Angela bidt
met de aanwezigen:
Iedereen, sluit je
ogen, en plaats je rechterhand op je hart. Doe je linkerhand omhoog en als je
voelt dat je moet huilen, huil dan. Vertel nu aan de Heer wat je in je hart
voelt. Voor diegenen die de Heer willen aanvaarden, zeg mij na.
Heer, ik dank U voor Uw
liefde en Uw genade, dank U, Heer, voor het Woord dat vandaag mijn hart heeft
aangeraakt. Vader, ik vraag om Uw vergeving. Vergeef mij. Was mij met Uw
kostbaar bloed. Schrijf mijn naam in het Boek des Levens. Accepteer mij als Uw
kind, Heer. Op dit moment vergeef ik iedereen, die ik nog niet kon vergeven. Ik
verwerp mijn tekort aan vergevingsgezindheid. Ik verwerp alle hindernissen die
Uw Geest tegenhielden, en ik vraag U mij te veranderen en mij elke dag met Uw
aanwezigheid te vullen. Dank U, Vader, Zoon en Heilige Geest; in de naam van
Jezus, Amen.
Angelica:
Dit getuigenis is geen
leugen; het is geen grap; het is geen verhaaltje; het is geen droom, hel is
echt! Hel bestaat! Aan iedereen die niet gelooft, wil ik vertellen dat de hel
echt bestaat, heel echt. Ik kan geen woorden bedenken om je te vertellen hoe
echt het is. Ik wou dat je het zelf zou kunnen meemaken.
Angelica spreekt met de interviewer:
De tijd komt spoedig.
God staat toe om aan de mensheid openbaringen te geven, over hetgeen staat te
gebeuren. Blijf niet in de veroordeling hangen, dat is wat de duivel wil. Vraag
jezelf af of je al door de tunnel van de hel wandelt. Vandaag is de dag van
redding, vandaag is de dag om Jezus uit te nodigen, om je Redder in je leven te
laten komen. Dit zijn simpele en toch grote woorden om uit te spreken: “Ik aanvaard U Jezus als mijn Heer en mijn
enige Redder. Ik geef U mijn leven en mijn ziel met mijn gehele hart. Ik wil
bij U zijn in de eeuwigheid.”
Kies uw uiteindelijk
bestemming: Leven of dood, hemel of hel, Jezus of de duivel. Het is duidelijk, u
behoort aan Jezus of aan de duivel toe. Of u doet wat recht is of u doet wat fout
is. U kiest uw bestemming: eeuwig leven of de zee van vuur. Denk erover na.
Beslis nu. Jezus Christus stierf aan het kruis voor een ieder van ons, voor
onze zonden, en Hij gaf ons de gelegenheid om gered te worden door Zijn genade.
Accepteer Christus als je enige Redder!
Nu je dit getuigenis
hebt gehoord of gelezen, laat dit niet het moment zijn, waar je later eeuwig
spijt van zal hebben, omdat je dit hebt afgewezen en voor eeuwig in de hel
terecht komt.
Enkele verwijzingen
Openbaring 19: 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij
die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei
tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.
Openbaring 20:15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn
in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.
Openbaring 21:4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er
meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
Openbaring 22:1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van
het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het
Lam kwam.
Openbaring 21:8 Maar
wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars,
ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in
de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.
Exodus 20:3-5 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht
hebben. U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat
boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U
zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEER, uw
God, ben een naijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de
kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten.
Openbaring 21:21 En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke
poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud,
als doorzichtig glas.
Openbaring 21:27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook
niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die
geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
Openbaring 22: 7 En zie, Ik kom spoedig. Zalig is hij die de
woorden van de profetie van dit boek in acht neemt.
Openbaring 22: 11 Wie onrecht doet, hij doe
nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij
bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.
Openbaring 22: 12 En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij
om aan ieder te vergelden als zijn werk zal zijn.
Openbaring 22: 13-15 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het
Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij
recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad
mogen binnengaan. Maar
buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de
moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.