Droomvisioen
van Benjamin Cousijnsen: Het weggelopen schaap en de goede Herder.
Please share and do not change © BC
Volledige
weergave:
Terwijl ik sliep zag ik een engel
naast mijn bed, en hij zei van, Benjamin, ga je met me mee?
Ik zei tegen
de engel, “Ik ben zo moe”.
En de engel
zei, Ja, je bent wel moe, maar ik heb vandaag iets heel speciaals. De engel
maakte me nieuwsgierig, en opeens, toen de engel met zijn hand zwaaide, stond
ik eigenlijk in een hele grote zaal. Ik zag allemaal stoelen, en de engel zei,
Hier, Benjamin, zet op.
Ik dacht,
‘Wat heeft hij daar?’ Hij gaf me een soort bril, en ik keek goed om mij heen en
zag inderdaad, dat ik in de bioscoop was. Het was een hele grote bioscoop.
Ik vond het
een rare plek, ik dacht, ‘Wat moet ik in de bioscoop? Wat voor films zullen ze
draaien?’
De engel
zei, Ja, houd deze bril op. En ik zag, dat de engel ook zelf deze bril op deed.
Toen keken we naar een film, en ik
zag in die film, dat daar een herder was.
Het was een
vrolijke herder. Hij had een hele grote kudde met schapen en hij zong voor de
schapen. Hij ging daar zo zitten op een soort steen, en als hij aan het zingen
was, bleven die schapen rustig om hem heen.
Wat me ook
opviel, als de herder aan het zingen was, zag ik een soort waas op de
achtergrond bij die schapen, alsof het de schapen beschermde. Het leken op
gedaantes van engelen, die de schapen beschermden.
De herder,
die vertelde in de film naar de zaal toe, waar de mensen zaten in de bioscoop, en
waar ik zat met de engel: “Deze schapen hebben allemaal een naam. Ik ken ze
allemaal bij naam, en ze kennen mij ook”. Hij zei van, “Ik heb weleens gehad,
dat er een schaap wegliep, en als ik dan begon te zingen, dan kon dat schaap
mij weer terugvinden”. De herder keek heel blij, en hij keek zo heel trots naar
die schapen. Hij zei heel vol trots, “Dit zijn mijn schapen, die ik heel, heel
erg liefheb”. Hij zei, “Ik heb heel vaak mijn leven op het spel gezet voor deze
schapen. Want heel soms zit er een schaapje bij, die zijn eigen gang wil gaan”.
Later liep de herder weer verder, en
de schapen die volgden hem, als een groep achter hem aan.
Hij keek
niet eens om; de schapen, die volgden hem. Ik zag, dat ze, ja, het leek wel een
berg, waar ze over de rand heenliepen. En er was geen enkel schaapje, dat van
de rand afviel, de berg af. Ze wisten gewoon hoe ze die route moesten lopen,
terwijl er ook een soort zijweggetje was. Ze hadden ook de andere kant op gekund,
maar het was net alsof ze wisten: We moeten de herder volgen.
En de herder, die liep…
En ik zag,
toen hij zo aan het wandelen was door die stenen oppervlakte – ik zag ook
rotsen, stenen… - het zag er allemaal ruw uit. En toen hij daar zo liep, liep
hij over wat leek over een soort land heen, met bomen op de achtergrond. Ik zag
gras, maar het gras zag er niet echt groen uit, maar hij liep door met die
schapen.
Toen bleef
hij daar op een plek staan, en ik zag dat die herder daar wel eens vaker was
geweest. Want ik zag dat daar ook een soort open plek was, met stenen, waar die
herder weer ging zitten.
En toen die herder daar ging zitten,
vertelde hij een verhaaltje aan de schapen.
Ik zag dat,
en ik keek naar de film. Ik dacht van, ‘Hij gaat een verhaaltje vertellen aan
de schapen… Zullen ze het begrijpen?’ En terwijl ik dat zo dacht, keek ik heel
eventjes zo links van mij, of de engel nog naast mij zat in de bioscoop. En ik
mocht zijn gezicht zien… hij had een hele glans in zijn gezicht, en ik zag een
glimlach. En hij deed zo met zijn gezicht van, Blijf kijken. Toen keek ik
verder.
Ik weet niet
precies, wat die herder vertelde aan die schapen, maar ik merkte dat deze
schapen er rustig van werden. En ze vonden het zelfs fijn om het te horen.
Toen ging de herder weer verder,
zingend, en het was net alsof die kudde zat te dansen; daar leek het op.
Het zag er
vrolijk uit! En als de herder begon te zingen, dan voelde je een soort heilige
sfeer. Het was alsof de plek, waar hij zong, of waar hij liep, of waar hij was,
dat daar zo’n aanwezigheid was van Gods heiligdom, dat je wel mee moest gaan
met hem, en gehoorzaam was om hem te volgen.
Toen bracht de herder de schapen
naar een veld, en ik zag daar een soort hek.
Meestal is
een hek van hout of van balken, dat soort dingen, maar het leek wel of dat
hekwerk van goud was. Er zat zo’n glans op, dat ik dacht, ‘Het lijkt wel goud’.
En de herder
deed dat hek open en maakte een gebaar, en toen liepen die schiepen allemaal
dat hek binnen. Terwijl dat gebeurde, dat de herder dat hek opendeed, en de
schapen naar binnen gingen, begon hij de schapen te tellen. Hij keek om zich
heen, en hij zag dat de schapen allemaal binnen waren.
Toen zag ik ook dat de herder tegen dat
wazige, wat ik zag om die schapen heen, wat gedaanten van engelen waren, dat
hij daar tegen sprak en hen dankte.
En toen hij
hen dankte, waren ze ook weg. De engelen waren verdwenen…
En terwijl
de engelen verdwenen waren, sloot de herder het hek. En ik zag dat het gras zo
mooi groen was, en de schapen zaten daar te grazen.
En terwijl
de schapen daar zaten te grazen, waren ze later verzadigd. En de herder, die
keek vanaf een afstand naar de schapen. Hij bleef maar kijken en genieten, hoe
de schapen verzadigd waren van het eten. En toen ze verzadigd waren, maakte de
herder dat hek open aan de andere kant.
Het huisje
was me niet eens opgevallen, maar ik zag dat die schapen een soort stal
binnengingen; ze liepen allemaal naar binnen. En daar werden ze geborsteld. Ik
zag dat daar allemaal, ja, een soort herders stonden, leek het wel. Het was een
hele groep mannen en ook vrouwen; vrouwelijke herders, zag ik. En ze waren
allemaal druk bezig om die schapen te verzorgen. Ze waren aan het boenen en
schoonmaken, en toen zei de herder opeens, “Ik mis een schaap”. En hij noemde
een naam, ‘Nataël’ of zoiets. Toen hij de naam van dat schaap zei, zei de
herder, “Let goed op deze schapen, ik ga op zoek naar dat schaap!”
En toen hij de stal uitliep, volgde
hij eigenlijk het spoor…
Terwijl ik
keek, hoe die herder weer terugging om te zoeken naar dat ene schaap, dacht ik
bij mezelf, ‘Hoe kan dat nou? De engelen hebben eigenlijk al die schapen
beschermd tegen gevaren… de schapen wisten de stem van de herder, ze volgden de
herder… Hoe kan dat dan, dat het ene schaap toch kwijt is?’ Ik snapte het eigenlijk
niet, maar ik bleef kijken; ik gaf geen commentaar.
En toen de herder zo aan het zoeken
was, kwam hij een andere herder tegen, die geen schapen had.
Hij
vertelde, en hij gaf de beschrijving van dat schaap, dat Nataël heette, en die
herder die zei van, “En waar heb je die andere schapen dan?”
“Ja, die
zijn veilig”.
“Maar dan ga
je toch niet weg bij die andere schapen?”
Hij zei,
“Alle schapen betekenen veel voor mij, en ik wil niet hebben dat er één
verloren gaat!”
Ik zag
verdriet in de ogen van die herder. En wat me opviel, die vreugde, dat zag ik
niet echt meer, alsof hij zo bezorgd was, dat hij ook niet meer kon zingen als
het ware. Hij miste dat ene schaap zo erg, en hij gaf de beschrijving van dat
schaap. Maar de herder had hem niet gezien.
Toen liep hij verder, en kwam op een
plek waar hij eigenlijk nog helemaal doorheen moest.
Het waren
allemaal stenen en zand, en ik zag ook hier en daar wat groen en bomen. Het zag
er allemaal droog uit. En hij liep maar, en hij liep maar, en hij zat maar te
zoeken. En hij riep telkens de naam van dat schaap.
Toen zei ik
zo tegen de engel naast mij, heel zachtjes van, “Ja, waar is dat schaap dan?
Hij is maar aan het zoeken…” Ik dacht ook bij mezelf, ‘Wat een eigenwijs
schaap, hoe heeft hij dat kunnen doen’. Ja, terwijl hij eigenlijk voelde dat
hij beschermd was, en die aanwezigheid van de Here God, die was daar ook, als
die herder begon te zingen. ‘Hoe kun je daar nu bij weggaan?’ dacht ik bij
mezelf. Maar ja, dat schaap had dat gedaan, die Nataël.
Toen opeens hoorde die herder een
geluid… en hij bleef daar bij die afgrond staan.
En toen
hoorde hij, “Bèèèèèèè”. Het was echt het geluid van een schaap.
En toen
moest hij naar beneden van die rots! En heel voorzichtig zonder touwen of
bescherming, waagde hij eigenlijk zijn leven als het ware, en liet hij zich
heel voorzichtig zakken. Hij gleed soms ook heel iets weg, en dan greep hij
zich weer vast aan de kant.
En ja, daar bij die tak, of meer een
soort boomstronk, daar was het schaap!
Hij pakte
dat schaap, en hij hield het goed om zijn handen vast. Hij hield het vast, en
toen begon hij te zingen. Terwijl hij zong, viel er opeens een soort touw naar
beneden. Waar dat vandaan kwam? Ik zag helemaal niemand, maar er kwam een touw…
En toen dat touw er was, deed hij dat touw om zijn middel heen en het schaap,
en hij trok zich op naar boven.
Toen hij
boven aangekomen was, wat me opviel, was daar niemand, helemaal niemand! Hij
bekeek het schaap, en ik dacht van, ‘Ja, eindelijk heeft hij dat schaap terug’.
Maar weet je wat hij zei? “Jij bent
een heel ander schaap, jij bent niet het schaap, dat ik eigenlijk zoek, maar
ook jij hoort erbij, jij mag er ook bij zijn”.
En hij deed
het touw om dat schaap, omdat hij nog wat moest leren om te gehoorzamen. Het
was nog een heel jong schaapje. En hij sprak tegen het schaapje en zei, “Volg
mij maar, kom maar, ik zorg wel voor jou. Luister maar goed naar mijn stem,
zodat je mij leert kennen”. En hij liep verder.
En toen hij zo verder liep, en
verder ging zoeken naar dat andere schaapje, zag hij daar in die soort wei een
schaapje liggen…
Dat was
Nataël. De herder, die ging daar zitten, en ik zag dat hij niet zong, en stil
was, terneergeslagen. Wat was er gebeurd?
Ik kon niet
echt goed zien, dat het een schaap was. Ik zag allemaal bloed…
Hij was zo
verdrietig! Hij troostte zich bij dat ene nieuwe schaapje, en hij zei tegen dat
schaapje, “Hij heeft zich laten verscheuren door de wolven”, en hij was er
helemaal terneergeslagen van. Hij zei van, “Ja, ik heb hem zo lief, ik hield
zoveel van hem, maar dit schaapje is zijn eigen gang gegaan, heeft niet meer
naar mijn stem geluisterd en is verloren gegaan”. En terneergeslagen liep hij
verder met dat nieuwe schaapje. Dat schaapje had ook geen naam, maar dat
schaapje volgde hem aan het touw.
En hij kwam terug bij die soort stal,
terneergeslagen.
Toen voelde
ik zo’n intens verdriet van al die herders, van die mannen en vrouwen. En ik
voelde zo’n verdriet, alsof ze huilden, allemaal huilden; ik kon het verdriet
voelen. Maar ondertussen waren ze toch zo bezorgd om dat ene schaapje, dat
verscheurd was door de wolven.
Toen ik dat
allemaal zo zag, zei de herder opeens, “Zo zijn er vele andere schapen, die ook
niet van mijn kudde zijn. Ik heb ze zo lief, en ik wil niet dat ze verloren
gaan. En velen hebben naar mijn stem gehoord, maar ze hebben niet geluisterd.
Ze zijn hun eigen weg gegaan, terwijl ze zoveel van mij hebben gehoord. Ze
hebben zo vaak mijn stem gehoord, maar ze zijn nu afgedwaald. En ik ben daar
heel verdrietig om. Maar ik blijf roepen, en ik hoop dat ze nu komen”.
En terwijl ik dat allemaal zo hoorde
en zag, zei de engel naast mij, Zet nu de bril af.
Ik deed de
bril af, en ik had het allemaal zo levensecht gezien. En ik zei tegen die
engel, “Waarom moest ik dan deze bril op?”
Toen zei de
engel tegen mij, Daar zit een wijze les achter!
En ik zei,
“Welke wijze les dan?”
Weet je, Benjamin, zo zijn er veel
Christenen, die het niet eens zien, dat de Here tegen hen spreekt.
Ze zijn
verblind door de wereld; ze zijn blind door gebeurtenissen; ze zijn blind door
hun huwelijk; ze zijn blind door heel veel zaken! zei de engel, en daarom deze
bril, want ze zien niet met geestelijke ogen meer, omdat ze druk zijn in hun
dagelijks leven.
Toen zei ik,
“Ben ik dat dan ook, omdat ik deze bril op moest doen?”
En de engel
zei van, Nee, maar je mocht het zien. Ook omdat jij deze bril op moest doen,
zal het ook vele anderen de ogen openen, dat ze hun geestelijke bril op moeten
zetten, en deze dingen onder ogen moeten zien. En daarom laat ik jou dit alles
zien, en deel ik dit alles met jou, zodat je deze boodschap over mag brengen
naar de wereld. Deel het!
En ik knikte
en zei, ‘Dat zal ik doen’.
Toen zei de
engel, Was dit niet speciaal?
Ik knikte,
“Ja, dit was heel speciaal”, en toen bracht de engel mij weer terug.
Hij zwaaide
met zijn hand in de bioscoop, en ik vroeg me af, of die mensen, die daar
allemaal zaten: misschien waren dat ook Christenen en vele andere mensen, die
blind waren, of die door een geestelijke bril heen mochten kijken.
Maar de engel, die zwaaide met zijn
hand, en toen waren we meteen weer op mijn slaapkamer.
Hij zei, Ga
maar liggen.
Ik keek naar
mijn bed… Meestal, als de Heer mij ophaalt, blijft mijn lichaam achter, en ga
ik met Hem mee. Maar dit keer zag ik dat mijn lichaam daar niet meer lag, en ik
schrok. Ik zei tegen de engel, “Ik heb wel eens vaker dromen gehad, maar nu is
mijn lichaam weg”.
Toen zei de
engel, Maak je je zorgen om je lichaam?
Ik zei, “Ja,
waar moet ik instappen?”
En de engel
zei van, Ga maar je bed in, komt goed!
Toen ging ik
het bed in. Het vreemde was, dat ik de dekens, het bed, niet eens voelde. Maar
ik ging er liggen, en toen zei de engel, Benjamin, Benjamin, maak je toch geen
zorgen. En toen keek hij nog zo naar mij, en hij draaide zich om en zei, Tot de
volgende keer! en toen ging hij weg.
Ik viel weer
in slaap, er kwam een bepaalde slaap over mij heen, maar ook een rust, en toen
sliep ik weer verder. En dit was mijn droom.
Opmerking:
Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen...
Use Google Translation and bookmark it.
Copyright: PLEASE SHARE THESE IMPORTANT MESSAGES!
ALERT! Obama zal er spoedig voor zorgen dat deze boodschappen verwijderd
worden van het internet; print en brand DVD z.s.m. nu het nog kan – Benjamin.
MORE MESSAGES by Benjamin Cousijnsen, also in English, Spanish, German,
Indonesian, Philippine:
Posted:
Eindtijdnieuws.blogspot.com; voor nog meer onthullende artikelen: Facebook.com/Eindtijdnieuws

