BENJAMIN COUSIJNSEN WORDT IN DE GEEST MEEGENOMEN DOOR EEN ENGEL GODS.
HIJ KOMT OP VERSCHILLENDE PLAATSEN, WAAR HEM ONTHULLINGEN WORDEN GEGEVEN.
LUISTER NAAR DE WOORDEN VAN DEZE DIENSTKNECHT GODS!
Please share
and do not change © BC
Volledige
weergave:
Hallo! Op 31
januari 2012 werd Benjamin Cousijnsen bezocht door een bode engel Gods.
Dit is wat Benjamin opgeschreven
heeft van alles, wat hij gezien en gehoord heeft…
Ik lag in
bed en ineens stond er een engel naast mijn bed. Hij zei, Benjamin, kom!
Ik volgde de
engel, en ik zag mijn lichaam achter mij
gewoon in bed liggen. Ik volgde de engel en toen stonden we op straat.
Ik zag een
waterbelachtige grote vorm. De engel stapte door deze waterbel, en zei: Kom!
tegen mij. Ik volgde hem en samen stapten we door deze zeepbelachtige vorm
heen.
Plotseling
zag ik dat ik heel ergens was…
Ik zag allemaal mensen om mij heen;
ze waren aan het zingen, God aan het loven en prijzen.
Ik dacht,
‘Dat klinkt goed!’ Terwijl de mensen zo zongen, zei de engel Gods: Weet je, dit
zijn Christenen. Ik schudde met mijn hoofd en zei: “Ja, dat zie ik”.
Ik bevond me
in een kerk. De engel Gods zei, Weet
je waar God heel verdrietig om is?
Ik zei,
“Nee”.
De mensen
zingen: ‘Alles wat adem heeft, love de Here’. Deze mensen loven wel, maar niet
vanuit hun hart. Het zijn gewoon krachteloze woorden, die niet uit hun hart
komen, zei de engel Gods. Kijk, hoor je wat ze zingen?
Ik hoorde de
mensen liedjes zingen, allemaal tot eer van God, maar ineens voelde ik de
beweging van de Heilige Geest. Naarmate de aanwezigheid van de Heilige Geest
sterker begon te worden, en ik kon voelen dat de Heilige Geest mensen wilde
aanraken en genezen, werd het lied plotseling afgekapt, en ging men over op het
noemen van de lijst met zieken in de kerk. Terwijl de Heilige Geest zo wilde werken in de kerk, en de mensen
voelden dat de Heer iets wilde doen! Door het lied af te breken, en op iets
anders over te gaan, werd er aan de Heilige Geest geen ruimte gegeven om te
werken. De werking van de Heilige Geest werd zo dus afgebroken. Dit zag ik,
samen met de engel Gods, gebeuren.
Ik bemerkte
ook, dat de mensen die een bediening hadden, een bepaalde taak in de kerk,
enthousiast het podium afkwamen, en weer gingen zitten, omdat de zieken werden
voorgedragen. Hierna begon men weer te zingen, maar nog steeds zongen ze niet
vanuit hun hart.
Later was er pauze…
Sommige mensen
gingen naar buiten de zaal. Een soort gang zag ik, buiten het gebouw, en
anderen bleven in de gang staan. En weer anderen gingen uit het zicht, waar je
ze niet zag staan. Er werd samen koffie gedronken en gepraat, en ze staken
sigaretten op en begonnen te roken. Mensen maakten een babbeltje en afspraken
met elkaar.
De engel Gods sprak, Deze mensen
daar, die wel de leiding hadden en in de bediening staan, zongen zojuist: ‘God
is goed!’ en andere liederen om God groot te maken, maar het zijn allemaal maar
woorden!
Weet je, Benjamin, van binnen zien
ze er heel anders uit; ze zijn niet schoon.
Als je niet
schoon bent van binnen, kun je de Heer echt niet gaan dienen. Want je moet vrij
zijn! De Heilige Geest kan alleen werken in iemand, als hij vrij is en schoon.
Zegt God niet, dat het lichaam een tempel is van de Heilige Geest?
De engel Gods
liet mij dat allemaal zien. De engel Gods zei, Hier hoef ik niet langer te zijn,
nu ik je dit heb laten zien en ik dit met je gedeeld heb.
God is niet blij met deze en vele
andere kerken; het liefst zou Hij alles overhoop willen halen, want ze hebben
er een rommelmarkt, een puinhoop, van gemaakt.
Toen de bode engel Gods mij weer
naar buiten nam, zei hij tegen mij: Nu laat ik je iets heel anders zien…. Stap
hier maar in.
Opnieuw stapte ik door de zeepbelachtige reuzendruppel heen, die leek te bewegen. Het stond midden op straat. We stapten er door en plotseling leek het alsof ik me snel voortbewoog in een soort buis. Links en rechts zag ik, wat leek op botten. Ik zag rode kleuren en ging er snel doorheen.
Hoe verder
we gingen, hoe meer ik iets zag, wat zwartachtig en er etterig uitzag. Er hing
een vieze, stinkende geur! Het was een roetachtige teerachtige geur. Het was
niet om aan te zien, en ik werd er bijna misselijk van.
Plotseling
riep de engel Gods: Stop! En we stonden meteen stil op de plek.
Naarmate we
door deze buis waren gegaan, hoe harder ik een geluid had gehoord… “Boem, boem”,
had ik horen kloppen. Het geluid dreunde door mijn hoofd heen, en ik kon het
nog net aan!
Nu stonden
we stil. De engel leek me te besturen, want bij het stopcommando stond ik ook
meteen stil. Ik zag in de verte een stuk vlees, dat er zo vies uitzag! Toen zei
de engel Gods: Hoe vind je het hier?
“Walgelijk!”
zei ik.
Weet je, sprak de bode engel Gods,
waar denk je dat je bent?
Ik zei, “Het
lijkt wel alsof ik Jona ben in een soort grote vis, die opgeslokt werd!” Zo
voelde ik mij ook. Dat verhaal kent u vast wel.
De engel
Gods begon een beetje te lachen. Hij zei: Nee, dit is geen vis; dit is het
lichaam!
“Het
lichaam?” zei ik.
Ja, sprak de
engel Gods. Dit is het lichaam, dat Christus toebehoort.
Ik zei, “Dat
zegt dat lichaam, dat het Christus toebehoort?”
Ja, zei de
engel Gods, je bevindt je in de mens!
Vele Christenen zijn zo, ze roken en ze zijn niet schoon van binnen. Daarom
laat ik je dit ook zien, zei de engel Gods.
Ik zei, “Dit
had je me echt niet hoeven te laten zien, ik vind het walgelijk!” Het stonk en het
was er vies, en ik hield niet van dat soort dingen. Maar ik begreep heel goed,
dat de engel van God mij duidelijk maakte, dat God daar niet blij mee is.
Vooral de Heilige Geest, want hoe kan de Heilige Geest nu in een lichaam zijn,
waar allemaal nicotine is en stank!
Weet je,
sprak de engel Gods, een mens die Christus dient, hoort zuiver te zijn en
schoon. Daar kan de Heilige Geest in werken. Hoe kan de Heilige Geest nou
werken in een verontreinigd lichaam? Horen we niet gelijk te zijn als Christus
is? Streven we niet naar de volmaaktheid? Streven we niet om rein en schoon te
zijn?
Christus
draagt ons op om schoon en rein te zijn, met het lichaam, ook van binnen!
De engel
Gods nam me weer mee. We keerden terug en gingen weg van die plek.
Toen stonden we opeens weer buiten…
De engel
Gods sprak, Begrijp je het nu een beetje?
Ik zei, “Ja,
ik begrijp het”.
Ik neem je
nu ergens mee naar toe, wat hier totaal niets mee te maken heeft, sprak de
engel Gods.
Opnieuw stapten we door de
waterachtige bel heen, en ik bemerkte dat we ons plotseling tussen bergen
bevonden…
Links en
rechts van de plek, waar we stonden, waren hoge megagrote bergen! Het materiaal
van de reusachtige bergen, links en rechts van ons, leek wel op graniet. Toen
sprak de bode engel Gods: Volg mij! Doe precies wat ik zeg…
Toen ging de engel Gods zo dwars
door de wand van de berg heen, en verdween uit het zicht.
Ik liep hem
dus achterna, maar ik knalde tegen de bergwand op met mijn hoofd, en voelde de
harde klap, levensecht, maar kwam er niet doorheen.
De engel
kwam terug en zei, Benjamin, ik heb gezegd: Doe precies hetzelfde wat ik doe.
Ik dacht,
‘Ja, dat deed ik toch?’
Ik had
teveel naar de berg gekeken, en besefte, dat ik geen geloof had gehad, om door
de bergwand heen te lopen. Ik had mijn verstand op nul moeten zetten, en zo
door moeten lopen. Maar ik had naar de berg gekeken, en had gedacht: ‘In mijn
ogen is het onmogelijk om daar doorheen te gaan’.
Een stukje
ongeloof zorgde er dus voor, dat ik daar dan ook letterlijk tegenaan liep.
Daarom kwam de engel terug, om te zeggen: Geloof! Volg mij, en doe hetzelfde
als wat ik doe.
Ik liep hem achterna, en dit maal,
inderdaad, liep ik door de bergwand heen…
We kwamen op
een plek in de berg terecht, wat op een gang leek. Links en rechts zag ik een
soort wand. Rechts zag ik tekeningen; misschien waren ze ook links, maar ik
keek naar rechts. Ik zag afbeeldingen van reusachtige engelen. De tekeningen
waren best goed getekend, vond ikzelf. De tekeningen zagen er wat middeleeuws
uit. Het leek met stenen in de muurwanden gekrast.
Veel groter dan de mensen, waren de
afbeeldingen en de reusachtige engelen.
Ik zag, dat
deze engelen offers aan het brengen waren; het leek wel een stier. Ik zag dat
ze een soort mes of zwaard in de hand hadden, en daaronder zag ik een mens
afgebeeld, die gedood werd door de engel. Ik zag allemaal van die vreselijke
dingen! Ik zag een boom, waar mensen aan waren opgehangen.
Toen we dieper de berg inliepen,
bemerkte ik bij elke stap, dat we dieper en dieper afdaalden.
Het stonk
naar roet en vuur. Links en rechts zag ik kettingen, die vast in en aan de
muurwanden zaten, met handboeien.
We gingen
verder, totdat we in een grote ruime oppervlakte stonden. Ik zag iets wat op
een stenen altaar leek. Deze was besmeurd met bloedsporen. Deze bloedsporen zag
ik op veel plekken. Het rook ook naar rottend vlees.
Ik zag een
groot ovaal gat, ik schat 4 bij 5 meter, heel erg groot. Ik ging bij de rand
staan. Ik durfde niet goed naar beneden te kijken, maar de engel Gods moedigde
mij aan, en ik zag een enorme diepte, met een vuurzee van lava. Er kwam een
enorme hitte en damp vanaf, die ik kon voelen. De randen waren glad, glibberig
en zwart van het ovale gat. Ik hoorde het ook borrelen en ik kon niet goed
tegen de warmte. Ik wist niet goed, wat ik er mee aan moest, en dacht, ‘Waar
ben ik dan in de berg? Afschuwelijk!’
Terwijl ik
verder keek, zei de engel Gods: Kom, we moeten terug.
We gingen
weer door de muur heen, naar buiten.
We bevonden ons weer tussen de twee
bergen in.
Ik zei, “Het
lijkt wel of die linkse berg tegen die rechtse berg heeft aangezeten”.
De engel
Gods zei, Dat klopt! Dat heeft ook aan elkaar gezeten, maar het is nu van
elkaar af.
Ik vroeg, “Wat was dat allemaal, wat
ik heb gezien?”
De engel
sprak, Weet je, wat ik je liet zien, daar is nog nooit een mens eerder geweest.
Dit is een plek, waar de gevallen engelen opgesloten zijn geweest. Ja, ze zijn
nu vrij, zei de engel Gods.
Ik kreeg een
brok in mijn keel… “Zijn ze vrij?” Ik dacht meteen aan het verhaal van Henoch,
en het klopte. Het waren die engelen, die nu vrij zijn! Ik schrok daar best wel
van.
De engel
Gods zei, Benjamin, ik breng je nu ergens anders naartoe.
“Als het maar
niet erger is als dit!” zei ik hardop. Ik zei, “Ik heb nu gezien, hoe
Christenen in de kerken zijn, dat ze begerig naar elkaar kijken”.
De engel
knikte zo van, ‘Dat heb je goed gezien’. Kom, we moeten nu verder, sprak de
engel Gods.
Opnieuw stapten we in die bel… en
plotseling stond ik op een plek met leuke oude huisje aan elkaar vast, met
kleine, hobbelige straatjes, met kleine straatkeien, lijkend op kinderkopjes,
vierkant.
Maar ik zag
totaal geen mensen. Ik voelde zo’n rust, dat ik daar zelf ook rustig van werd!
Ik genoot van de lucht en de palmbomen. Het zag er allemaal zo mooi uit! Ik zag
een strand en de visnetten, die uit de boten hingen. De boten waren op het
strand, aan wal gesleept.
Ik zag een
kist liggen, waar ook weer een soort net uithing. Ik vroeg, “Wat is dat voor
een kist?”
De engel
Gods antwoordde: Daarmee maken ze de vissersnetten.
We liepen
door; het was heel mooi…
Ik hoorde in
de verte een waterval. Ik baadde met mijn voeten door het water, en zag mijn
blote voeten in het heldere, doch een beetje vettig aanvoelende water. “Dat
lijkt wel olieachtig, dat water”, zei ik.
De engel
Gods zei, Weet je Benjamin, als je hier zou gaan zwemmen, dan blijf je drijven.
Je kunt niet verdrinken.
We liepen verder op het strand, en
toen zag ik een kleed liggen met de Davidster, zoals de vlag van Israël.
Het was een
strandmat met flosjes; het zag er schoon en mooi uit. Ik zag ook een mand; ik
weet niet wat er inzat. Het kwam helaas niet in mij op, om dat te vragen,
waarschijnlijk door de vele indrukken, dacht ik dit achteraf.
Na een
praatje stonden we beiden op, de engel Gods eerst, en daarna ik.
De engel
Gods sprak en zei, Klop die mat uit.
Ik zag dat
er wat zand op zat, dus klopte ik de mat uit, terwijl de engel Gods toekeek.
Ik legde de
mat weer neer. De engel Gods sprak, Ga er maar weer op zitten en blijf stil
zitten. De engel zei, Beweeg je niet, en strekte zijn handen uit.
Ik voelde de mat omhoog gaan…
De engel
Gods vroeg, Hoe voelt dat?
Ik zei,
“Alsof ik vlieg! Maar het voelt ook als een waterbed”, omdat het iets golfde,
als ik mij bewoog.
Toen liet de
bode engel Gods de mat ook weer zakken; het was maar heel eventjes, maar ik mocht
meemaken, hoe gewichtsloosheid voelde. Het deed me denken aan het sprookje met
het vliegende kleed. Ik heb ervaren hoe het zweven voelt.
We gaan weer
verder, sprak de engel Gods…
We gingen verder, en ik genoot van
het zien van zoveel mooie dingen… het prachtige strand…
En ik zag
hout liggen, wat voor een vuurtje was gebruikt, maar nog steeds geen mensen te
zien. Er was een heerlijke stilte. Ik liep achter de engel Gods aan, weg van
die plek, en vroeg, “Waar ben ik eigenlijk?”
De engel
Gods sprak, Weet je, dit was het oude
Israël.
We liepen
weer verder, totdat de engel Gods ineens zei, Kijk nu maar eens achterom!
Ik keek achterom en zag in de verte
mensen… het was nu bevolkt!
Deze mensen
leken ons uit te zwaaien, met iets in de handen, wat op palmtakken leek. Ik
vond het heel apart.
Nu bracht de engel Gods mij naar een
plek, wat ik herkende van vroeger; toen ik verlamd was, ben ik in de geest op
deze plek geweest.
Ik kreeg een
brok in mijn keel. Op deze plek sprak ik heel veel met de Heer. Mijn gedachten
en bewustzijn waren al die jaren bij de Heer. Ik kan mij achteraf niet
herinneren, wat ik allemaal gezegd heb tegen de Heer. Maar ik weet wel, dat ik
op een plek was, waar de Heer veel met mij sprak, en waar ik een intense liefde
voelde. En op deze zelfde plek, daar, bevond ik mij nu weer! Ik zei tegen de
engel Gods, “Ik ga hier toch wel weer weg?”
Je mag wel
terug, zei de engel. Het was net alsof de Heer mij graag terug wilde zien, na
al die jaren. De Here sprak: Vrees niet! Na 16 jaar plaatste de Heer mij terug
in mijn lichaam, en genas mij totaal van verlamdheid. Ja, er ging toch van
alles door mij heen… Misschien moest dat ook wel, was dat ook de bedoeling.
De engel
Gods zei, Je gaat nu terug.
De Heer zei nog: Vrees niet voor wat
je gaat zeggen, spreek vrijmoedig over wat je hebt gezien.
Deel dit met
anderen. Ik kom spoedig. Wees bereid voor Mijn komst!
Toen stond ik met de engel Gods weer
in de slaapkamer.
De engel
Gods vroeg mij, of ik zelf weer in het lichaam kon stappen. Ik probeerde het
wel, maar ik wist niet hoe. Toen gebaarde de engel Gods uitnodigend, met een
arm- en handbeweging, en draaide ik en zakte ik op de juiste wijze, langzaam in
mijn lichaam terug.
Gods zegen!
Opmerking:
Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen...
Use Google Translation and bookmark it.
Copyright: PLEASE SHARE THESE IMPORTANT MESSAGES!
ALERT! Obama zal er spoedig voor zorgen dat deze boodschappen verwijderd
worden van het internet; print en brand DVD z.s.m. nu het nog kan – Benjamin.
MORE MESSAGES by Benjamin Cousijnsen, also in English, Spanish, German,
Indonesian, Philippine:
Posted:
Eindtijdnieuws.blogspot.com; voor nog meer onthullende artikelen: Facebook.com/Eindtijdnieuws
